Het is zondagmorgen rond een uur of tien. Ik ben wakker, maar uit bed komen zit er nog niet in. Ik pak mijn telefoon en ik lees een melding van de NOS: ‘Twee bloedbaden in 24 uur in de Verenigde staten’. Uit bed komen zit er opeens wel in. Ik verlaat het ‘tweemeterbakkie’ om het een en ander van me af te schrijven. Ik kruis paden met Jessy en Sil, de beide viervoeters des huizes. Ik geef ze een aai over de bol en ga aan de keukentafel zitten. Al slurpend aan de koffie, begin ik na te denken.

Mits ik na zit te denken krijg ik weer een melding op mijn telefoon: ‘FBI spreekt nu van terroristische aanslag El Paso’. Zaterdagavond opent de 21-jarige, let op, blanke Patrick Crusius met een automatisch geweer het vuur in een Walmart. Daarmee stuurt hij zeker twintig mensen op hun weg naar Petrus. Dat getal kan overigens nog oplopen aangezien ongeveer zesentwintig mensen nog in het ziekenhuis worden behandeld aan hun verwondingen. Crusius is aangehouden.

Uit verschillende bronnen verneem ik dat de schutter voor zijn verschrikkelijke actie een manifest online heeft geplaatst. Hierin zou staan dat Crusius de toenemende invloed van Latijns-Amerikanen in zijn staat Texas als gevaar zou zien. Daarnaast zou hij de rassenvermenging die momenteel gaande is tegen willen gaan. Een vergelijkbaar motief had, de tot doodstraf veroordeelde, kerkschutter Dylann Storm Roof. In 2015 schoot Roof negen ‘zwarte’ kerkgangers dood in Charleston, South Carolina. Hij wilde hiermee een rassenoorlog ontketenen.

In de berichtgeving zien we rassenonderscheid ook steeds vaker en het stoort me. Ik noemde het al eerder in deze column. Het was vooral een blanke man die het bloedbad aanrichtte. De media houdt hierbij het rassenonderscheid in stand en dat moet worden voorkomen. ‘’We zijn allemaal hompjes vlees met een plukje haar waar poep uit komt’’, zei Bert Visscher ooit. En zo is het.

Bloedbaden zijn de afgelopen jaren helaas schering en inslag in de Verenigde Staten. Enkele uren na de massacre in El Paso is het raak in Dayton, Ohio. Hierbij neemt een nog onbekende schutter met een even onbekend motief het leven van negen personen. Alleen al in februari van dit jaar waren er maar liefst vier dodelijke massaschietpartijen. Natuurlijk heeft dat te maken met de huidige wapenwet. Dat kan men niet ontkennen. Het wapenbezit zit echter zo diepgeworteld in de Amerikaanse maatschappij, dat omgooien van die wet niet gaat werken. Vuur met vuur bestrijden werkt daarentegen ook niet.

In Nederland is wapenbezit verboden. Het blijkt echter verrekte gemakkelijk voor een vijftienjarige om via het ‘dark web’ aan automatische wapens te komen. Iemand die kwaad wil, doet kwaad. Voorkomen is onmogelijk en stoppen zal het nooit. Daden als deze vallen niet goed te praten. Niet als de dader blank, zwart, geel of pimpelpaars is. Gekken zijn er in alle kleuren. Het is alleen maar te hopen dat je niet op de verkeerde plaats, op het verkeerde tijdstip de paden met een gek als Crucius of Roof kruist. Dan kruis ik liever het pad met de viervoeters des huizes.

Vandaag is het vijf jaar geleden dat Malaysian Airlines vlucht 17 boven Oekraïne uit de lucht werd geschoten. Hierbij verloren 298 mensen hun leven. Een half jaar na de ramp schreef ik het volgende:

17 juli 2014, rond 17:00 uur. Een afschuwelijk bericht wordt op het bord gelegd van de Nederlandse bevolking. Het is nog onduidelijk, maar het gaat om een vliegtuigcrash. Oorzaak? Onbekend. Zaten er Nederlanders in het desbetreffende vliegtuig? Ja, en veel ook. Van alle 298 passagiers zijn er maar liefst 196 die de Nederlandse nationaliteit bezitten. Alle 196 vinden de dood op een koude, troosteloze, Oekraïense landbouwgrond. Bronnen uit het land bevestigen: niemand heeft de crash overleefd.

Rishi Jhinkoe (29) en Nisha Binda (28) zijn twee van de slachtoffers. Nisha had een dag voor de ramp de achternaam van Rishi overgenomen. Ze trouwden en zouden, na één nacht in hun pas ingerichte huisje in Almelo, genieten van een welverdiende huwelijksreis. De nagelnieuwe trouwring om Nisha’s vinger glimt als een hondendrol in de maneschijn wanneer ze het vliegtuig instapt. Ze zwaait nog eens naar haar familie en verdwijnt dan in het toestel des doods. 

Al snel is hij daar: Mark Rutte. Nadat de Oekraïense president Petro Porosjenko naar Rusland wijst en Amerikaanse inlichtingendiensten deze lezing bevestigen, zegt Mark twee dingen over mogelijke daders. Niks en helemaal niks. Zijn vooraanstaande principe is het terughalen van alle menselijke resten zodat de families hun geliefden op een normale manier kunnen begraven. Daarnaast vermeldt de premier nog wel dat, wanneer het gaat om een aanslag, hij er persoonlijk voor zal zorgen dat de onderste steen boven komt.

Russische separatisten bezetten inmiddels het gebied en het werk van Nederlandse en buitenlandse hulpdiensten worden door de rebellen aanzienlijk bemoeilijkt. Oekraïense media melden dan dat de Russen slepen met lichamen van slachtoffers. Afgrijselijk. Porosjenko kondigt een staakt-het-vuren af en vanaf dan wordt in een omtrek van 40 kilometer rondom het rampgebied niet meer gevochten tussen het Oekraïense leger en de Russische separatisten. Laatstgenoemden werken nu wel mee. De berging van alle lichamen kan beginnen. Koelwagon voor koelwagon komen stoffelijke overschotten kilometer voor kilometer dichterbij de nabestaanden.

Het is een ramp die ons Nederlanders in de ziel treft. Het heeft een immense impact. Even staan we schouder aan schouder. Overal in het land worden stille tochten georganiseerd. Viaducten, straten en pleinen stromen vol om de slachtoffers tijdens een rouwstoet de laatste eer te bewijzen. Als we eraan denken draaien onze magen stuk voor stuk weer om. De Nederlandse samenleving laat zien wat het te weinig laat zien, namelijk hoe nauw zij verbonden is.

Dan kijk ik afgelopen week naar het journaal en het kwartje valt al meteen wanneer ik de opening van het journaal zie. Mark, je hebt gefaald. Het is inmiddels februari 2015, een klein half jaar na de crash, en ik hoor een onderzoeker van een Nederlands bergingsteam zeggen: ‘’We zijn vooral op zoek naar ‘personal belongings’ en eventuele stoffelijke resten’’. Op dat moment bereik ik het kookpunt. Het is toch niet te geloven dat de nabestaanden zo lang moeten wachten op wellicht nog kleding, spullen of zelfs delen van het lichaam van hun geliefden?! Als afkondiging van het item vertelt David Jan Godfroid van het NOS: ‘’Het is nog niet helemaal opgeruimd, maar veel ligt er niet meer’’. Het dringt tot me door en ik denk nog eens aan Nishi. De ring die zij om haar vinger droeg. Die ligt misschien nog te glimmen op die verschrikkelijk koude en verlaten landbouwgrond in Oekraïne..

Ik zat in groep zes van de Jan Westerschool in Ter Apel. In ons lokaaltje hing een grote kaart van Nederland met daarop enkel de hoofdsteden afgebeeld. Rechtsonder de kaart hing zo’n ouderwets, kurken prikbord. Volgens mij was het mijn klasgenootje Tamina die daar ooit een krantenknipseltje aan had opgehangen. Bij het artikel zat een fotootje van een lachend meisje met ietwat scheve tandjes en donker haar. De foto was van Rowena Rikkers, inmiddels bekend als ‘het meisje van Nulde’. Het was een krantenknipseltje dat ik nooit meer zou vergeten.

Vandaag lees ik een artikel in het AD over de moordenaar van Rowena en de titel van dit artikel zet me aan het denken. Het artikel kopt: ‘Tbs van moordenaar ‘meisje van Nulde’ toch met jaar verlengd’. Wat me aan het denken zet is het woordje ‘toch’.

Rowena was een onschuldig, vierjarig kleutertje. Ze werd maandenlang mishandeld door Mike J., haar agressieve stiefvader. Daarnaast werd ze onder toeziend oog van Wanda, haar medeplichtige moeder, geregeld opgesloten in een hondenkooi. De nabestaanden moesten al leven met het feit dat zij in 2006 weer vrijkwam.

Door de aanhoudende mishandelingen gaf Rowena haar leven. Op diezelfde dag werd haar lichaampje in een foetushouding gevouwen en vastgebonden met spanbanden om vervolgens opgeborgen te worden in een vrieskast. Haar hoofd, armen, voeten en handen werden later van het lichaam verwijderd. Toen men het gezicht vond, bleken zelfs ogen, oren, neus, wenkbrauwen en voortanden te zijn verwijderd om identificatie te compliceren.

In 2001 spoelde haar rompje aan op het strand van Nulde. Drie dagen later vond men haar hoofdje terug in Hoek van Holland. Andere lichaamsdelen werden verspreid over het land teruggevonden, waaronder een aantal in een vuilnisbak. Volgens getuigen was het waarschijnlijk dat Rowena’s lichaam in stukken zou zijn gezaagd in een schuurtje in de tuin van de verdachten. Deze was namelijk van binnen volledig beplakt met vuilniszakken waarop bloedspetters waren te zien.

Bijna twintig jaar later is de Jan Westerschool er niet meer. Op haar plek staat nu een nieuwe, exorbitante basisschool. Rowena is er ook niet meer. Op haar plek is nu enkel een leegte in de harten van wie haar liefhad. De herinneringen aan het argeloze meisje worden gekoesterd en over het vervolg van haar leven kan men alleen maar dromen, omdat dat laatste zo wreed van haar is afgenomen. Dat degene die daarvoor verantwoordelijk is ‘toch’ volledig kan terugkeren in onze maatschappij, kan ik echt niet bevatten..

Als aangeschoten wild storten de leeuwinnen na het laatste fluitsignaal ter aarde. Ze zijn verslagen. ‘Onze jacht’ is geëindigd met een kogel in de rug. Het heeft niet zo mogen zijn. En is dat erg? Nee, natuurlijk niet. Het is logisch dat je een finale wilt winnen. Een finale wil je altijd winnen, ook al is het idee alleen al surrealistisch. In een finale heb je altijd een kans.

Natuurlijk ligt het niveau beduidend lager dan bij het mannenvoetbal. Je zou het niveau van een wedstrijd tussen Kameroen en Nieuw Zeeland op het WK Vrouwenvoetbal ook elke zondagavond op RTV Drenthe kunnen kijken tijdens ‘Onze Club’. Een programma waarin amateurvoetballers als Freddy Frikandel wekelijks shinen. Maar is het eerlijk om vrouwenvoetbal met mannenvoetbal te vergelijken? Nee. Sinds een aantal jaren groeit het vrouwenvoetbal en wint het aan populariteit. Mannen voetballen al meer dan een eeuw. Als ik iemand dan hoor zeggen dat het nergens op lijkt, dan zijn ze toch echt appels met peren aan het vergelijken. Iemand die al 70 jaar een sigaar rookt heeft daar ook minder moeite mee dan iemand die pas is begonnen.

Gedurende hun jacht op de wereldbeker verslinden de leeuwinnen tegenstander na tegenstander. Ze zijn te sterk voor achtereenvolgens Nieuw-Zeeland, Kameroen, Canada, Japan, Italië en Zweden. Soms met redelijk voetbal, soms op karakter. En is dat erg? Nee, natuurlijk niet. Het maakt een team eerder completer. In de finale is het een ander verhaal. Vanaf minuut één is grootmacht Amerika de bovenliggende partij en onze leeuwinnen zijn dit keer de prooi. In de achtenvijftigste minuut worden de leeuwinnen gegrepen. Een stroper genaamd de VAR schiet hen neer. De Amerikanen worden bijgestaan en Oranje krijgt een penalty, in plaats van een corner, tegen. Via de elfmeter van Megan Rapinoe en een afstandsschot van Rose Lavelle wordt de droom van onze leeuwinnen gedood.

En is dat erg? Nee, natuurlijk niet. De leeuwinnen zijn een prachtige ervaring rijker, zullen als team gegroeid zijn en hebben daarnaast een schitterend wereldkampioenschap gespeeld. Zij waren de prooi en de Verenigde Staten had honger. Zo gaat dat. Volgend jaar staat er weer een mooi toernooi voor ze op het programma, de Olympische Spelen. Hopelijk staat er dan weer een affiche tussen deze ploegen op het programma en wat zullen de Oranjeleeuwinnen dan een honger hebben.

Oorspronkelijk kom ik uit Ter Apel. Een godsgruwelijk gezellig dorp in het zuidoosten van Groningen. Sinds de sluiting van Café Full House een iets minder gezellig dorp. Niet bekend om z’n dit en z’n dat, maar vooral bekend omdat het dorp het aanmeldcentrum voor vluchtelingen huisvest. In de media wordt dan al gauw de kloof uitvergroot tussen de conservatieve, blanke boer en de rovende gelukszoekers.

Ik heb dat beeld dat er in de media wordt geschetst eerlijk gezegd niet echt meegemaakt. Toch heb ik ruim drieëntwintig van de vijfentwintig jaar dat ik rondloop op deze aardbol doorgebracht in het kroegloze dorp. Natuurlijk heb je er rotte appels tussen en die moet je er ook zeker tussenuit vissen en terugsturen, maar er zijn ook genoeg Nederlandse appels die zuurder smaken dan de rest.

Een vriend van me heeft ook een migratieachtergrond. Ik heb twee jaar met hem gevoetbald. Hij legde wel eens een bal op mijn kruin of maatje 45, die ik dan tot doelpunt promoveerde. Hele aardige, sociale jongen en er komt nooit een negatief woord uit. Behalve als je met voetbal besluit om hem over te slaan in de aanval, maar dat is logisch. Hij werkt hard om rond te kunnen komen met zijn kersverse gezinnetje. Toevalligerwijs wonen we sinds vorig jaar in hetzelfde appartementencomplex in de stad. We moeten ook al meer dan een jaar eens bij elkaar eten, maar goed dat geeft niet. We laten elkaar lekker leven en dat etentje komt vast binnenkort. En anders iets later.

Het probleem zit hem juist in het onbekende. Mensen hebben instinctief angst voor het onbekende. Als men deze kant op komt om de winkels leeg te roven en overlast te veroorzaken, dan moet daar vanzelfsprekend een enkeltje terug tegenover staan. Er zijn daarentegen vooral veel mensen die echt hulp nodig hebben. Het zijn de voorouders zoals die van mijn maat die naar Nederland zijn gevlucht vanwege oorlog en waarvan is bewezen dat we er prima mee samen kunnen leven. Zij zouden hetzelfde doen als wij naar hen zouden moeten vluchten omdat er hier oorlog woedt. Ze zijn eigenlijk net als wij hè? Gewoon mens.

Na het verschrikkelijk lot dat Anne Faber en haar familie is toebedeeld, dacht heel Nederland: ‘Dit nooit meer’. Het is sowieso al een schande dat het überhaupt is gebeurd. Als ik op woensdag een melding krijg op mijn telefoon dat er uit de kliniek waar Annes moordenaar heeft gezeten, wederom een gevaarlijke tbs’er is ontsnapt, dan vraag ik me oprecht af waar ze in hemelsnaam mee bezig zijn daar in Den Dolder.

Zaterdag loopt Peter M. met begeleiding door de stad. Hij mag die dag drie uur naar buiten, waarvan de eerste twee begeleid en het laatste onbegeleid. Later blijkt uit een verklaring van zijn zus dat Peter misbruik maakt van situaties waarin hij van vrijheid mag genieten. Hij neemt namelijk overal de benen. Het ergste is nog dat M. sinds zaterdag op de vlucht is en het pas woensdag naar buiten wordt gebracht.

Volgens de directeur, die inmiddels op het matje is geroepen door minister Sander Dekker, gaat dit volgens bepaalde protocollen. Heel bijzonder dat men in het geval van een voortvluchtige tbs’er, dus falend optreden van de kliniek en het in gevaar brengen van de omgeving, de protocollen wél in ogenschouw neemt. Het is immers geen geheim meer dat men in Den Dolder het niet zo nauw neemt met de regeltjes. Uit het onderzoek dat na de moord op Anne is gedaan, is namelijk gebleken dat drugsfeesten schering en inslag zijn in de kliniek. Bovendien zouden werknemers van de kliniek de lakens hebben gedeeld met tbs’ers. Wat nou protocollen?!

En ja tijdens zo’n verlof gaat het ongetwijfeld negen van de tien keer goed, maar wat als die tiende keer is aangebroken en jouw zusje, dochter, nichtje of ander familielid fietst net als Anne onachtzaam op de verkeerde plek, op het verkeerde tijdstip? Dat risico kan en wil je niet lopen toch?! Wat een mensonterend disrespect ook naar de familie van Anne Faber.

Peter M. is inmiddels op het station in Breda herkend en ingerekend. Gelukkig maar, want stel dat er wel iets was gebeurd met een onschuldig persoon. Dan stoot je je als eindverantwoordelijke van deze kliniek voor de tweede keer aan een hele, gevoelige steen.

Het is woensdagochtend ongeveer tien voor zes. Ik schrik wakker. Het vaasje dat ik op mijn salontafel heb staan, is omgevallen. Mijn bed trilt. Mijn appartement trilt. Groningen trilt. De zoveelste aardbeving. Ditmaal eentje met een kracht van 3.4 op de schaal van Richter. De maat is vol.

Groningers worden ‘borendol’ van de excuses en het gedraai van Eric Wiebes, onze minister van Economische Zaken en Klimaat. Het kabinet heeft, na een vergelijkbare beving in Zeerijp vorig jaar, gepland om de gaswinning rond 2030 helemaal te stoppen. Maar voordat we dat jaar aantikken, ben ik waarschijnlijk al van tweehoog naar beneden getrild.

Daarnaast is het inmiddels pijnlijk duidelijk geworden wat er decennialang met de vele waarschuwingen van onderzoekers is gedaan. Niets! Vanaf 1961 wordt al aangetoond dat er aardschokken en bevingen worden vernomen in de Noordelijke provincies, maar dat is toentertijd door de NAM en de overheid naar het rijk der fabelen verwezen.

De bewoners van prachtige boerderijen, leuke appartementen en te kleine studentenkamers worden de laatste jaren echter steeds vaker geteisterd door aardbevingen. Groningers zijn bovenal ook mensen, meneer Wiebes. Mensen met gevoel, een gezin en een woning. Dingen waar men waarde aan hecht. Als het dan ook nog duidelijk wordt dat de veiligheid van deze Groningers geenszins een rol speelde tijdens het boren naar gas, dan gaat ons haar helemaal omhoog staan. De voornaamste drijfveer was dat er zoveel mogelijk gas en dus zoveel mogelijk geld uit de aarde geboord moest worden. Dat kan dan blijkbaar over de rug van de nietsvermoedende Groninger.

Bij een gemiddelde aardappelboer in Loppersum springen intussen de ruiten plotseling, bij de buurvrouw trillen de koffiekopjes van tafel en de voorgevels van karakteristieke boerderijen zitten vol met scheuren. Groningers zijn de aardbevingen en aardschokken meer dan zat. De gaswinning dient op kortere termijn te worden stopgezet.

Onze gezinnen zitten onnodig in een onveilige situatie. Het is wachten totdat de eerste slachtoffers een feit zijn en dan mag die rare Kwiebes, wat mij betreft, de stoffelijke overschotten van de Groningers persoonlijk onder een stapel bakstenen vandaan halen. Kijken of hij het dan nog eens ‘bevinkje’ durft te noemen.

Als ik op mijn vrije maandagochtend nog een beetje aan het dommelen ben, ontvang ik twee meldingen op mijn telefoon. Het zijn meldingen van de NOS en het RTL Nieuws. ‘Schietpartij in Utrecht, politie houdt rekening met terroristisch motief’, melden beide nieuwsapps. Het blijkt even later, als ik net aan mijn broodje gebakken smac met mayo ben begonnen, dat de zevenendertigjarige Gökman Tanis een schietpartij is gestart in een tram in de Domstad. Op het moment van schrijven mag ik het nog geen terroristische daad noemen, maar wel is bekend dat Tanis drie doden en negen gewonden op zijn geweten heeft.


Ik besef me dat ik een déjà vu heb. Soms is dat leuk of bijzonder, maar in dit geval niet. Afgelopen vrijdag lees ik namelijk, met het slaapzand nog in mijn ogen, ook twee meldingen op mijn telefoon. Het zijn tevens meldingen van de NOS en het RTL Nieuws. Het blijkt dat er een terroristische aanslag is gepleegd in Christchurch, Nieuw-Zeeland. Ik wrijf het slaapzand uit mijn ogen en lees dat er weer eens een krankzinnige psychopaat zijn woorden in daden heeft uitgedrukt. In en om een Moskee in Christchurch, richt de extreemrechtse Brenton Tarrant een bloedbad aan en weet daarmee maar liefst vijftig biddende moslims te doden.


Ik vind het bizar dat mensen, ongeacht welke afkomst dan wel overtuiging iemand heeft, denken iets op te lossen door anderen af te slachten. Wanneer gaat men zich eens realiseren dat met fanatisme en extremisme niets wordt bereikt? Vaak belanden mensen met een sterke overtuiging op een andere planeet. Dit fenomeen heeft al een hoop levens gekost de afgelopen jaren. Ze leven niet meer in het nu en vinden dat de bubbel waarin zij zich bevinden niet geschikt is voor andersdenkenden. Hallo? Keer eens terug op aarde joh! Geweld gebruiken is kansloos. Bemoei je met je eigen zaken, laat mensen met een andere visie in hun waarde of ga eens de dialoog met ze aan. Alleen dan kunnen we dit nutteloze geweld stoppen en kan ik mijn broodje gebakken smac opeten voordat het afgekoeld is.

Wanneer ik door mijn tijdlijn scroll, kom ik allerlei berichten tegen. Een filmpje waarin een voetballer de enkel van een tegenstander breekt, een maat van me heeft zijn profielfoto zojuist gewijzigd en het blijkt dat er een vergeten kennis vandaag jarig is. Ik kom van alles tegen. Leuke dingen, maar ook minder leuke dingen. Zo zag ik deze week, niet voor het eerst overigens, een filmpje van een groep jongens die een andere jongen behoorlijk toetakelt.

Ik zie hoe ze, met een mannetje of tien, achter een jongen aan lopen. Het is de vijftienjarige Tommy die in de bosjes wordt getrapt en geslagen. Hij belandt op de grond als hij het bloed over zijn handen ziet stromen. Hij krabbelt op, maar het is nog niet klaar. Iemand blijkt het nodig te vinden om de voorovergebogen, aangeslagen jongen ook nog eens vol in zijn gezicht te trappen.

Mijn bloed begint te koken als ik zie dat ze vervolgens ook nog een fiets op de weerloze Tommy gooien. Terwijl hij roerloos op de grond ligt, wordt hij nog een aantal keren flink geschopt en geslagen. Het bloed loopt langs zijn gezicht en ontredderd kijkt hij om zich heen. Het ontluisterende filmpje stopt en het enige dat in mij naar boven komt is woede.

Het enige wat ik naast de klappen in het filmpje hoor, is het woordje ‘kanker’ en nog wat vruchteloze straattaal. Het haar gaat mij sowieso al recht omhoog staan als iemand met kanker scheldt. Laat staan dat het ook nog iemand is die een ander flink toetakelt. Oh jongen, wat maak je me kwaad.

Ik schrijf de woede maar van me af, maar het nut van een slaande ruzie is mij al vijfentwintig jaar volstrekt onduidelijk. Is het dan nodig om even te laten zien wie de sterkste is? Even te laten zien wie de stoerste is? Even te laten zien wie het mannetje is? Je bent pas echt een man als je eens een gesprek gaat voeren met degene waarmee je ruzie hebt. Dat lost veel meer op dan geweld. Geweld is namelijk een uiting van onmacht. Daarnaast laat het zien dat je geen greintje verstand in je mik hebt. Ga het gesprek dus aan, dan zul je zien dat je vijand ook kanten heeft waarin jij je kunt vinden.

Sociale media heeft haar voor- en nadelen. Ik vind het irritant dat zulke filmpjes worden gedeeld middels een platform als Facebook, maar het kan ook een aanzet zijn tot iets moois. Ik heb namelijk ook al voorbij zien komen dat er een stichting is die een kaartenactie is gestart voor Tommy. Een prachtig initiatief uiteraard, maar laten we het bij de bron aanpakken. Dat tuig moet flink gestraft worden en zijn in geen enkel geval hier het slachtoffer. Ook niet wanneer hun foto’s of profielen gedeeld worden. Dat hadden ze maar moeten bedenken voordat ze die arme Tommy het ziekenhuis in trapten.
Die gasten aanpakken dus, zodat er gerechtigheid komt voor Tommy en deze Tom straks weer rustig door zijn tijdlijn kan scrollen zonder getuige te hoeven zijn van soortgelijke, afschuwelijke filmpjes..

Parijs, 07-01-2015. Een Franse cartoonist bijt nog eens op zijn afgekauwd potlood wanneer hij de laatste hand legt aan een cartoon. Hij krabt aan zijn kruin en kijkt op de klok. Het is half 11. Hij werkt aan een cartoon die de volgende dag in de ‘Charlie Hebdo’ zal staan. Een grappige cartoon of juist een ontroerende. Misschien wel een cartoon die de tekentovenaar al lang in z’n hoofd had zitten of een cartoon die hij zojuist had verzonnen. Als de Fransman anderhalf uur in de toekomst had mogen kijken. Had hij zichzelf dan getekend? Omringd door een plas bloed, doorzeefd met kogels en liggend op het kliklaminaat waar zijn bureaustoel nu probleemloos overheen rijdt. Het zou een tekening zijn waarvan niemand weet hoe hij eruit zou hebben gezien. Een tekening die niemand wil zien.

De Islamitische Staat. Een sekte fundamentalistische moslims. Barbaarse ideeën. Onmenselijke daden. De journaals staan er iedere dag ‘bomvol’ mee. Idealistisch als Hitler. Meedogenloos als Mengele. Het is een tijdmachine waarin Henk en Ingrid, Maximilian und Katarina en Jean et Marie zitten. Een achtbaan waarvan niemand weet wanneer het eindigt. Of het eindigt. De wereld wordt gebrainwasht met onthoofdingsfilmpjes. Men mag niet meer denken wat men denkt. Men mag niet meer vinden wat men vindt. Men mag niet meer zeggen wat men zegt. Het zwijgen wordt ons door geweld opgelegd. Grof geweld. Gebruikt door koelbloedige, radicale moslims met bivakmutsen en Kalashnikovs.

Wij: journalisten, columnisten, cartoonisten, cabaretiers enzovoort. Laat ik het hebben over ‘de sprekende gilde’. Ik spreek in de wij-vorm. Wij brengen nieuws. Wij zijn nieuwsgierig. Wij presenteren. Wij tekenen. Wij maken mensen aan het lachen. Wij ontroeren. Wij leven mee. Wij steken. Wij steken? Ja, wij steken. Maar niet met messen, machetes of iets wat dan ook maar met geweld te maken heeft. Wij steken de draak. Met jou, met jouw geloof, met een geile Limburgse burgemeester en met een coke-snuivende oud-presentator. Wij doen dat want wij leven in Europa. Er is een wet in datzelfde Europa. Een wet met de naam: vrijheid van meningsuiting. En of jij nou lid bent van de Islamitische Staat, Barack Obama of Vladimir Poetin heet en het daar niet mee eens bent. Geweld is niet de oplossing. Geweld is nooit de oplossing. Steken mag. Zolang het met de draak is.