Deel 2: ‘Piereschieter’

Ik stap naar binnen bij Crazy Town, kijk naar Clawson en zijn gitaar en loop langs de familie. Nogmaals, het is 11:00 uur in de ochtend. Ik merk op dat de familie al aan de alcoholische versnaperingen zit. Een lichte twijfel, maakt gauw plaats voor een gedecideerde ‘Fuck it’. Het is mijn allereerste dag ooit in Nashville, ik luister naar live countrymuziek in een authentieke countrybar en ik kan nauwelijks bevatten dat ik mijn droom leef. Ik besluit chauvinistisch een Heineken te bestellen en plaats mezelf op een kruk om te genieten en ietwat voorzichtig mee te zingen met de liedjes die Clawson speelt. Lachend naar de familie aan de zijkant en de barvrouw, kan deze dromerige Drent zijn geluk al niet op na een halve dag Nashville.

Even later merkt de muzikant op dat de familie uit Chicago komt. Wat een toeval. Het blijkt dat ze naar Nashville zijn getogen om een verjaardag, een huwelijksjubileum en een huwelijksaanzoek te vieren, waarbij het duidelijk is dat één van de familieleden gaat trouwen. Opvallend is het feit dat de groep uit vrijwel alleen vrouwen bestaat. Er is één man bij die zich overigens prima vermaakt met het overschot aan oestrogeen. Na twee Heineken en de achtenveertig liter koffie van eerder die dag, duurt het niet lang voordat ik het toilet van Crazy Town een bezoekje moet brengen. Tijdens het handen wassen stapt het mannelijke lid van de familie binnen. Scherp als ik ben, trek ik de conclusie dat hij degene moet zijn die een huwelijksjubileum viert. Hij is immers de enige man en voordat ik nadenk over het feit dat ik deze plank zomaar eens finaal mis kan slaan, zeg ik vrolijk: “Happy anniversary!” Een kordate “Thank you, haha!” volgt. Daarop raak ik aan de praat met ‘JC’ uit Batavia, een kleine plaats op zo’n drie kwartier rijden van Chicago. Hij legt me de samenstelling van het gezelschap uit en ik vertel wat ik in Nashville kom doen, waarna onze wegen weer scheiden. Ik zie dat mijn plek inmiddels is ingepikt en besluit aan de bar nog maar een biertje te bestellen. De muziek is goed, de tarwesmoothie smaakt me prima en de sfeer van een Honky Tonk is zoals Luke Combs zingt ‘my kind of place’. Kort daarna loopt JC langs mij en na een overleg van tien seconden met de rest van de familie, gebaart hij dat ik erbij moet komen zitten. Goed om te weten is dat ik, voordat ik voet op Amerikaanse bodem heb gezet, met mezelf heb afgesproken dat ik gedurende deze reis overal ja op zou zeggen. Puur om het feit om iets te beleven, wat je niet zou beleven wanneer je in je comfortzone zou blijven hangen. Het gebaar van JC is het eerste moment in Nashville waarop ik bij mezelf denk: ‘Ja, Tom. Dit is precies wat je van tevoren met jezelf hebt afgesproken.’ Ik zit inmiddels een paar uur met de gezellige familie aan tafel. Time flies when you’re having fun. JC, Julie, Penny, Sarah, Sue, Lisa, Ashley en Paige zijn geweldig. We zingen voorzichtig mee en kletsen over van alles en nog wat. Het klikt. Dat kan ik wel stellen en het wordt bevestigt als JC met het idee komt om een hapje te gaan eten bij de fameuze ‘Tequila Cowboy’. Hij nodigt mij uit: “You have to join us for dinner. You belong with us now.” Ik antwoord: “Tequila Cowboy it is!”

We steken Broadway over en nemen bij binnenkomst plaats in een hoekje. De muur is op onze plek versierd met uiteenlopende, geschreven creaties van bezoekers. Wederom worden we bediend met livemuziek. Een ieder bestelt waar diegene trek in heeft en ik besluit op dat moment afstand te nemen van mijn kinderjaren. De jaren waarin ik nogal eens als ‘piereschieter’ ben weggezet, omdat ik het oeroude gezegde ‘wat de boer niet kent, dat vreet ie niet’ in ere wilde houden. Nee. Op deze dag overlijdt piereschieter Tom en na mijn fijne ontbijtje, maak ik nog een stapje op culinair gebied. Ik bestel de beste burger ooit, zo blijkt. Waar ik het normaal niet zo heb op geheimzinnige sauzen, schijven tomaat, halve augurken en andere shit wat ze allemaal tussen een kadetje weten te proppen, laat ik me vandaag niet kennen. Deze burger is pittig, maar staat naast het recept van mijn moeder dat de naam ‘Patrick Kluivert’ draagt in de lijst met betere kost dat ik in mijn leven op heb mogen peuzelen. Inmiddels zingen we vol goede moed mee met ‘Drink in my hand’ van Eric Church. Tijdens het eten besluiten Ashley en Paige dat hun namen niet op de muur van Tequila Cowboy mogen ontbreken. Voordat ik er erg in heb, wordt ook mijn naam op de muur gekalkt: ‘Tom from Holland’ en trots poseer ik voor het kunstwerk van de dames.

Als de maaltijd  de huig heeft gepasseerd en we het weg hebben gespoeld met een verfrissende Bud Light, komt de rekening. Ik wil graag mijn eigen deel betalen, maar daar wil mijn Amerikaanse familie niets van weten. JC: “No way, you’re the guest. We invited you, so we’re going to pay.” Ik sta even perplex, wil er nog tegenin gaan, maar bedenk me ook dat het waarschijnlijk geen nut zal hebben. ‘Wow’, denk ik bij mezelf en terwijl ik me aan het beraden ben over een manier om deze geste goed te maken, wordt duidelijk dat de familie nog even terug naar hun hotel moet. Ze zijn namelijk net gearriveerd en er moeten nog een aantal zaakjes geregeld worden. Ik vervolg mijn tocht die dag als een ‘one man band’ en besluit naar Honky Tonk Central te gaan. Een countrybar dat aan een kruispunt is gevestigd. Een kruispunt waar ik met Google Maps al honderdveertig keer op heb gestaan. Minutenlang turend en denkend aan het moment dat ik er zou zijn. Ik ben er nu. Het bevatten lukt me niet, maar als ik te lang op het zebrapad sta te kijken naar het plaatje van Google Maps, word ik opgeschrikt door een luide toeter van een auto. ‘Ja Tompie, dat stoplicht is inmiddels klaar met aftellen’, schiet door mijn hoofd. Een “Sorry” en een klein sprintje volgen. De oer-Hollandse sorry heeft op dat moment ook plaats gemaakt voor een sorry met zowaar een Amerikaanse tongval. Ik ben immers al vijf dagen ‘the land of the free’. Ik bestel wederom een Bud Light, want waarom iets veranderen wat goed bevalt? Het is druk in Honky Tonk Central en ik weet me een plekje aan de bar te bemachtigen. Schouder aan schouder met onbekenden, maar tevens allemaal mogelijkheden om van onbekenden bekenden te maken. Ik raak aan de praat met een stelletje uit Pittsburgh…

Deel 3 van ‘de vergeten onvergetelijke ontmoeting’ zal binnenkort verschijnen, houd hiervoor de website en Facebookpagina van ‘Tom schrijft’ goed in de gaten!

Deel 1: ‘Glooperdiehot’

Ik heb nooit onder stoelen of banken geschoven dat ik een enorme liefhebber ben van countrymuziek. Sterker nog, ik ben er zelfs trots op. Onderweg naar het werk luister ik op woensdagochtend naar ‘Write It Down’ van countrykoning George Strait. Even daarvoor app ik met een vriend uit New York, Mark Louis Pate. Ik vraag me af hoe het met hem gaat in quarantainetijd. Zijn stad wordt immers hard getroffen door het coronavirus. De woorden van George dringen door als ik voor het stoplicht richting Roden sta: ‘Write it down’. Het is een advies die ik ter harte neem. Ik bedenk me dat ik eigenlijk mijn eerste dag in Nashville eens op zou moeten schrijven. Het is die dag waarop ik tevens Mark heb ontmoet. Volgens hem: ‘my favourite story to tell people’. Waarmee hij doelt op de wijze waarop wij elkaar ontmoet hebben. Ga er maar even goed voor zitten. Iedere keer als ik dit verhaal namelijk vertel, dan kan ik vaak zelf de samenloop van omstandigheden ook maar nauwelijks bevatten.

Het begint op een koude zondagavond in februari 2017 aan het Damsterdiep in Groningen. Ik zit verloren op de bank. Op dat moment zit ik tussen twee banen in en ik weet niet precies welke koers ik ga varen. Ik besluit de stoute schoenen aan te trekken en boek ik een vlucht naar Chicago. Voor zover ik me het kan herinneren, hunker ik al naar een bezoekje aan Amerika. Voor de eerste drie dagen boek ik een Airbnb in de ‘Windy City’ en aldaar start mijn American Dream en de zoektocht naar bevestiging, want is countrymuziek nou echt zo mooi als ik denk? Daarvoor moet je natuurlijk niet in Chicago zijn. Hoewel ik in de eerste drie dagen van mijn reis toch verliefd word op de stad aan Michigan Lake, stap ik vol zelfvertrouwen in een Greyhound richting Nashville. Via Indianapolis en Louisville, beland ik na elf uur in een bus met jankende koters op een regenachtige zomeravond in de countryhoofdstad van de wereld, Nashville.

Het plenst en ik sta met de geleende koffer van mijn broer en mijn goeie gedrag op het Greyhoundstation van Nashville. Heel in de verte zie ik met een beetje fantasie de contouren van de Batmanbuilding van telecomprovider AT&T. Over de trip met de Greyhound alleen al kan ik een boek schrijven, maar dat is laat ik even liggen voor een later moment. Iedereen die wel eens in een Greyhound heeft gezeten, kan zich voorstellen waar ik het over heb. Ik sta dus naast mijn koffertje te luisteren naar de regendruppels die op het asfalt kletteren. Voorbereid als ik ben, heb ik eigenlijk geen idee waar ik naartoe moet op dat moment. De navigatie van de Uberapp laat mij even later op deze zompige, donkere avond ook nog in de steek. Ik kan de ‘Uberdriver’ die op de app staat aangegeven namelijk niet vinden. Hopeloos slenter ik heen en weer over een groot kruispunt en word ik bedolven onder het hemelwater. Na twintig minuten heen en weer gerend, geschuild en gescholden te hebben, stap ik helemaal doorweekt in de Uber. Ik spuw nog even wat gal uit richting de Uberdriver over die klotenapp waar hij aan verbonden is en een kleine twintig minuten later stap ik zeiknat mijn Airbnb binnen. De bewoners kijken verrassend op als ze ‘the drowned Dutchy’ zien binnenstappen. Ze zijn gezellig een spelletje aan het doen en ze vragen of ik mee wil doen. Ik sla over. Na de elf uur durende en enerverende busrit en het rondgeren op het kruispunt, pak ik een douche en kruip ik onder de wol.

De volgende dag ga ik op tijd op verkenning en dan heb ik mijn energie wel nodig. Met de kenmerkende klanken van ontelbare krekels op de achtergrond, kruip ik onder het rooie laken van het tweepersoonsbed dat voor mij is gereserveerd. De volgende dag begin ik met een kommetje cornflakes en melk, waardoor ik me zowaar een beetje Amerikaan voel. Als het eenmaal in het verticale systeem is gekieperd, bestel een Uber richting ‘Broadway’. De straat waar het allemaal gebeurt in Nashville. Ik stap uit en zoek een ontbijttentje. Het is tien uur in de ochtend en het is lekker weer. Een graadje of zeventien en een beetje bewolkt. De grote plassen op de stoep zijn de laatste, stille overblijfselen van de storm van gisteravond. Na een wandeling van vijf minuten sta ik voor ‘Another Broken Egg’. Als ik iemand een ontbijttentje in Nashville moet aanraden, dan zal ik voordat iemand zijn of haar vraag afmaakt ‘Another Broken Egg’ zeggen. Wat een tent. Vijf minuutjes sta ik in de rij en ik blijk geluk te hebben dat ik alleen ben. Waar je normaalgesproken bij dit restaurant op een uur wachttijd kunt rekenen, mag Tompie direct aan een eenpersoonstafeltje plaatsnemen. Broodjes, kip met saus, ei, aardappeltjes en onbeperkt koffie worden voorgeschoteld. By far het beste ontbijt ooit. Die kip. Op het moment dat ik erover schrijf, loopt het water me alweer in de mond.

Als ik twintig seconden naar bovenstaande foto heb gestaard en het kwijl van mijn spatiebalk heb gewreven, denk ik aan dat extra kopje koffie die ik ‘to go’ meeneem. Een beslissing waarvan ik op het moment dat ik het maak al spijt heb. Ik heb immers al een grote mok of drie van het laxeermiddel op en ik kan eigenlijk geen koffie meer zien. Ik bedank de aardige ober evengoed voor de megakoffie to go en loop met een vaas in mijn hand over straat. Op de hoek van een kruispunt zit een dakloze en lichamelijk beperkte man met een oude, grijze pet op waarvan de letters door de jaren heen zijn vervaagd. Ik vraag hem of ik hem kan verblijden met een vers kopje koffie en ik zie een glinstering in zijn ogen. Het komt goed terecht. Ik waarschuw hem nog voor het feit dat het ‘glooperdiehot’ is en na een ‘God bless you, son!’, loop ik volgetankt met koffie en goede karma weer richting Broadway.  We zijn inmiddels een uur verder en ik loop langs boots stores, restaurants en cafeetjes. Het is 11:00 uur ‘s ochtends en in de meeste kroegjes staan de muzikanten al live te spelen. Ik kijk naar binnen bij ‘Crazy Town’. De muziek die uit de keel van Stuart Clawson komt, klinkt goed en aan de linkerkant zit een familie van ongeveer acht personen die het heel erg naar hun zin hebben. Ik besluit naar binnen te gaan….

Deel 2 zal binnenkort verschijnen, houd hiervoor de website en Facebookpagina van ‘Tom schrijft’ goed in de gaten!

Ik wil jullie graag eventjes meenemen naar een week of vier geleden. In een wereld van onbegrensde mogelijkheden ben ik op bezoek bij mijn allerbeste maat, Maikel. Hij woont inmiddels bijna een jaar in de stad Banff in Canada. De ‘Johnston Canyon Trail’ is de eerste wandeling die we maken in de weerzinwekkende natuur waar het land om bekend staat. Als we even uit zitten te rusten op een bankje, bepalen Maikel en ik wat het plan is voor de volgende dag. Ik vertel hem dat het me fantastisch zou lijken om met een zieke pick-up truck door de bergen te toeren. We bekijken vervolgens een aantal websites, maar vinden helaas geen bedrijf die mijn droomauto aanbiedt, een Chevy Silverado. Wel een Ford F150. Dat is ook een pick-up, maar één die voor mijn gevoel niet in de buurt komt van een Silverado. We besluiten het er echter mee te doen en reserveren de Ford. De volgende dag lopen we naar het kantoor van Enterprise.eu. Het zit gevestigd in een hotel, waar de skiërs en snowboarders af en aan lopen. De grote lobby met de fonkelende open haard en een prachtige sofa als blikvangers, lijkt wel het decor van een film. We moeten wachten en ik besluit op de beige bank plaats te nemen. Het hout in de open haard knispert. Fabelachtige sferen. Als de man van Enterprise arriveert, heeft hij slecht nieuws: “Sorry, but unfortunately we don’t have the Ford anymore.” Geen Ford F150 dus, terwijl we die gewoon hebben gereserveerd. Het slechte nieuws wordt echter gauw opgevolgd met: “But we have a red Chevrolet Silverado. How do you like that?” Ik kijk hem ietwat argwanend aan en zeg dat hij vast een grapje met ons uithaalt. Zijn strakke blik verandert echter geen moment en stiekem kan ik mijn geluk niet op. Als we achter de man aan lopen richting de liften van het hotel, probeer ik mijn enthousiasme in bedwang te houden. We stappen de lift uit en staan in de parkeergarage van het hotel. In mijn linkerooghoek zie ik al iets glinsteren. De neus van de rode Chevy steekt het parkeervak uit. Wat een bakbeest. Die dag rijden we onder het genot van Kenny Chesney’s ‘Get Along’ in mijn droomauto door de Canadian Rockies. De vrijheid die ik op dat moment voel, is onbeschrijflijk. Nu, een dikke maand later ziet de wereld er heel anders uit. Vanwege de coronacrisis ligt de gehele maatschappij zo goed als plat. Geen vluchten naar verre oorden, geen diner bij je favoriete restaurant en geen biertje drinken met je vrienden. Laat staan met die vriend die woonachtig is aan de andere kant van de wereld. Iedereen zit zoveel mogelijk thuis en alleen al denken aan je vakantie van deze zomer, doet je schuldig voelen. Vrijheid is op dit moment even heel betrekkelijk. Als ik er nu bij nadenk, kan ik me het maar moeilijk voorstellen dat ik kort geleden nog tegen Maikel zei dat hij wakker moest blijven. Al was dat na een aantal ‘double rum and cokes’ in de Rose & Crown een beetje lastig voor hem. Ik denk eraan terug, omdat vandaag de dag is van de bevrijding van deze regio. Op 13 april 1945 bevrijden de Canadezen nota bene het gebied waar ik nu woon en dus denk ik bij het ophangen van de Nederlandse vlag aan de vrijheid. De vrijheid die ik dankzij hen geniet. Dankzij hen heb ik in een felrode Chevy Silverado door hun Canadian Rockies gereden. Ondanks de beperkingen, toch iets om bij stil te staan vandaag. Vanaf de bank in Drenthe, Tom Meijers.

Bijzondere COVID-19,

Je duikt voor het eerst op in de Chinese stad genaamd Wuhan. Als klein virusje verspreid je je over het land dat over een bevolking van ruim 1,3 miljard mensen beschikt. Maatregelen worden er getroffen, maar het blijkt te laat. Als een olievlek verspreid je je over de hele wereld. Je besmet steeds meer mensen en blijkt lastig uit het veld te slaan. Zeg maar gerust, niet uit het veld te slaan. We zijn niet tegen je opgewassen. Nog niet in ieder geval. Het gaat op een gegeven moment vlug en voordat men er erg in heeft, zijn ook de eerste Europeanen besmet. Vooral de Italiaanse bevolking wordt hard getroffen. In de Italiaanse samenleving wonen veel ouders bij hun kinderen in. Eén van de vele verklaringen voor het buiten proportionele aantal doden ten gevolge van jou in het land van de pasta en pizza.

Je hebt meerdere landen inmiddels helemaal platgelegd en dat is nog maar het begin. Mensen zingen vanaf kenmerkende Italiaanse balkonnetjes liedjes om elkaar door de quarantainetijd heen te zingen. Nederlanders spreken op een avond af om te klappen voor het zorgpersoneel dat vanwege jou overuren draait. Dat onze minister van Medische Zorg en Sport tijdens een debat in elkaar zakt, komt door jou. Oververmoeidheid. Die man werkt dag en nacht om jou te bestrijden. Hij heeft inmiddels zijn ontslag ingediend en die heeft de Koning hem verleend. Ben je daar nou trots op?

Terug naar twee weken geleden. In Nederland grappen we over je. Corona doet ons vooral denken aan die Mexicaanse longneck met een limoentje. Lekker man. Memes worden over je bedacht, gemaakt en gedeeld. Grappig, maar je bent voor ons vooral een ver-van-ons-bed-show. Twee weken daarvoor, als je alleen nog maar aan de andere kant van de wereld bent, worden leden van onze samenleving met welke Aziatische uitstraling dan ook gediscrimineerd, nagekeken en uitgescholden. Een radio-dj denkt grappig te zijn met een liedje ‘Voorkomen is beter dan Chinezen’. En nu? Ik heb nog geen nieuwe versie gehoord. ‘Voorkomen is beter dan doodgaan’ misschien een optie?

En nu je hier bent, tref je ‘ons’ ook en daar hebben we moeite mee. Nu ligt niet alleen die onbekende Chinees, maar ook opa Henk op de intensive care. Nu mag niet alleen een Chinees meisje niet meer op bezoek bij haar oma, maar ook Liesje kan een bezoekje aan haar favoriete oma Toos vergeten. Door deze sta-naast-ons-bed-show gaat praktisch niemand meer de deur uit in angst om zelf besmet te geraken.

Je hebt de wereld ziek gemaakt en je hebt duidelijk gemaakt dat we je serieus moeten nemen. Daarom wil ik iedereen op het hart drukken dat ze de maatregelen van de overheid serieus moeten nemen. Heb je lichte verkoudheidsklachten? Ga de deur niet uit. Probeer verspreiding tegen te gaan en besmetting te voorkomen door sociale contacten te mijden. Wees in de supermarkt niet egoïstisch. Gun elkaar die toiletrol. Help elkaar en als iemand hoest, kijk niet vies om. Heb bovenal respect en wees dankbaar voor de mensen die de samenleving draaiend houden. Mensen in de zorg, het onderwijs, supermarktmedewerkers, politieagenten, ambulancepersoneel en de rest. Hulde voor hen.

Bijzondere COVID-19, nu je van klein griepvirusje bent veranderd in een wereldwijde pandemie, wil graag nog ik één ding tegen je zeggen: “Ga alsjeblieft weg. Rot op!”

Als aangeschoten wild storten de leeuwinnen na het laatste fluitsignaal ter aarde. Ze zijn verslagen. ‘Onze jacht’ is geëindigd met een kogel in de rug. Het heeft niet zo mogen zijn. En is dat erg? Nee, natuurlijk niet. Het is logisch dat je een finale wilt winnen. Een finale wil je altijd winnen, ook al is het idee alleen al surrealistisch. In een finale heb je altijd een kans.

Natuurlijk ligt het niveau beduidend lager dan bij het mannenvoetbal. Je zou het niveau van een wedstrijd tussen Kameroen en Nieuw Zeeland op het WK Vrouwenvoetbal ook elke zondagavond op RTV Drenthe kunnen kijken tijdens ‘Onze Club’. Een programma waarin amateurvoetballers als Freddy Frikandel wekelijks shinen. Maar is het eerlijk om vrouwenvoetbal met mannenvoetbal te vergelijken? Nee. Sinds een aantal jaren groeit het vrouwenvoetbal en wint het aan populariteit. Mannen voetballen al meer dan een eeuw. Als ik iemand dan hoor zeggen dat het nergens op lijkt, dan zijn ze toch echt appels met peren aan het vergelijken. Iemand die al 70 jaar een sigaar rookt heeft daar ook minder moeite mee dan iemand die pas is begonnen.

Gedurende hun jacht op de wereldbeker verslinden de leeuwinnen tegenstander na tegenstander. Ze zijn te sterk voor achtereenvolgens Nieuw-Zeeland, Kameroen, Canada, Japan, Italië en Zweden. Soms met redelijk voetbal, soms op karakter. En is dat erg? Nee, natuurlijk niet. Het maakt een team eerder completer. In de finale is het een ander verhaal. Vanaf minuut één is grootmacht Amerika de bovenliggende partij en onze leeuwinnen zijn dit keer de prooi. In de achtenvijftigste minuut worden de leeuwinnen gegrepen. Een stroper genaamd de VAR schiet hen neer. De Amerikanen worden bijgestaan en Oranje krijgt een penalty, in plaats van een corner, tegen. Via de elfmeter van Megan Rapinoe en een afstandsschot van Rose Lavelle wordt de droom van onze leeuwinnen gedood.

En is dat erg? Nee, natuurlijk niet. De leeuwinnen zijn een prachtige ervaring rijker, zullen als team gegroeid zijn en hebben daarnaast een schitterend wereldkampioenschap gespeeld. Zij waren de prooi en de Verenigde Staten had honger. Zo gaat dat. Volgend jaar staat er weer een mooi toernooi voor ze op het programma, de Olympische Spelen. Hopelijk staat er dan weer een affiche tussen deze ploegen op het programma en wat zullen de Oranjeleeuwinnen dan een honger hebben.

Het is woensdagochtend ongeveer tien voor zes. Ik schrik wakker. Het vaasje dat ik op mijn salontafel heb staan, is omgevallen. Mijn bed trilt. Mijn appartement trilt. Groningen trilt. De zoveelste aardbeving. Ditmaal eentje met een kracht van 3.4 op de schaal van Richter. De maat is vol.

Groningers worden ‘borendol’ van de excuses en het gedraai van Eric Wiebes, onze minister van Economische Zaken en Klimaat. Het kabinet heeft, na een vergelijkbare beving in Zeerijp vorig jaar, gepland om de gaswinning rond 2030 helemaal te stoppen. Maar voordat we dat jaar aantikken, ben ik waarschijnlijk al van tweehoog naar beneden getrild.

Daarnaast is het inmiddels pijnlijk duidelijk geworden wat er decennialang met de vele waarschuwingen van onderzoekers is gedaan. Niets! Vanaf 1961 wordt al aangetoond dat er aardschokken en bevingen worden vernomen in de Noordelijke provincies, maar dat is toentertijd door de NAM en de overheid naar het rijk der fabelen verwezen.

De bewoners van prachtige boerderijen, leuke appartementen en te kleine studentenkamers worden de laatste jaren echter steeds vaker geteisterd door aardbevingen. Groningers zijn bovenal ook mensen, meneer Wiebes. Mensen met gevoel, een gezin en een woning. Dingen waar men waarde aan hecht. Als het dan ook nog duidelijk wordt dat de veiligheid van deze Groningers geenszins een rol speelde tijdens het boren naar gas, dan gaat ons haar helemaal omhoog staan. De voornaamste drijfveer was dat er zoveel mogelijk gas en dus zoveel mogelijk geld uit de aarde geboord moest worden. Dat kan dan blijkbaar over de rug van de nietsvermoedende Groninger.

Bij een gemiddelde aardappelboer in Loppersum springen intussen de ruiten plotseling, bij de buurvrouw trillen de koffiekopjes van tafel en de voorgevels van karakteristieke boerderijen zitten vol met scheuren. Groningers zijn de aardbevingen en aardschokken meer dan zat. De gaswinning dient op kortere termijn te worden stopgezet.

Onze gezinnen zitten onnodig in een onveilige situatie. Het is wachten totdat de eerste slachtoffers een feit zijn en dan mag die rare Kwiebes, wat mij betreft, de stoffelijke overschotten van de Groningers persoonlijk onder een stapel bakstenen vandaan halen. Kijken of hij het dan nog eens ‘bevinkje’ durft te noemen.

Douwe, ouwe reus. Als ik ‘s ochtends mijn bed uit ga, ben jij het eerste waar ik aan denk. Het is jouw pure energie wat ik in de ochtenduren het liefst tank. Door jouw cafeïne word ik geleidelijk aan wakker. Mijn ontbijt met Douwe en een broodje van de bakker.

Douwe, ouwe reus. Ik weet het heus. Van jouw boontjes krijg ik een hoop energie. Waardoor ik ondanks de boompjes het bos weer even zie. Dankzij jou houd ik het iets langer vol. Dankzij jou is mijn hoofd iets minder vol.

Douwe, ouwe reus. Er gaat niets boven jou tijdens koffietijd. Een ééntweetje tussen jou en een gevulde koek is iets wat ik zeker niet mijd. Een gouden combinatie die ik geregeld langs laat komen. Het is zelfs een combinatie waar ik af en toe van lig te dromen.

Maar soms, dan gaat het allemaal even te gek. De dagen waarop ik je van boven en van onder lek. De dagen dat ik misselijk word van je geur. Wanneer ik de dertiende Douwe van de dag naar binnen pleur. Een overkill dat over mijn tong pist. Heb ik je ooit wel eens gemist?

Douwe, ouwe reus. Maak je maar geen zorgen. Als jouw zwarte goud mijn huig kietelt en langzaam naar binnenstroomt, dan weet ik weer waarover ik heb gedroomd. Die mindere dagen neem ik op de koop toe. Zonder jou, ‘Gouwe, ouwe Douwe’, is er namelijk niets meer wat ik doe.

Ik heb vandaag de eerste afspraak met deze krant en ik ben aan de late kant. Ik stap op mijn mountainbike en begin te racen. Mits ik op mijn fiets stap, begint het te regenen. ‘Is het zo’n dag?’, denk ik bij mezelf. Om de hoek bij de vismarkt passeer ik een paar fietsers en kijk ik een aantal keren afkeurend om. Door hen heb ik zojuist kamikazecapriolen uit moeten halen om tegenliggers te ontwijken. Gelukt, maar het noodlot slaat toe als ik het zebrapad bij de Albert Heijn op de vismarkt nader..

Ik ben normaal gesproken een nonchalante fietser. ‘Losse handjes’ en de tas over mijn schouder. Het is een garantie voor onheil en dat onheil blijkt dichterbij dan ik op dat moment denk. Ik fiets nonchalant, maar hard. De regendruppels kletteren op mijn voorhoofd en opeens slaat mijn ketting over. Ik schiet met mijn voet van de trapper en daar lig ik. Kijk, je kunt een keer vallen met de fiets. Dat gebeurt wel eens, maar in de categorie ‘op je bek gaan met de fiets’ was dit een klassieker. Keihard op m’n bek en dat op het drukste zebrapad van het noorden. Ik krabbel op en denk: ‘ja Tom, het is zo’n dag’.

Bovenstaande is inmiddels een aantal maanden geleden en tegenwoordig is alles anders. Onlangs heb ik de fietsenstalling namelijk verrijkt met een retroscooter. Ik heb hem via marktplaats op de kop getikt en ik heb er al aardig wat kilometertjes mee gevreten. Helemaal nu het steeds mooier weer wordt, haal ik mijn witte asfaltmonster voor elk wissewasje uit de garage. Hij loopt als een tiet en aangezien ik middenin de binnenstad woon, is het voor mij nu al de aankoop van het jaar.

Ik heb mijn jas laten liggen bij een kameraad. Die woont om de hoek bij de vismarkt. Ik loop niet even heen zoals ik normaliter doe, maar ik pak mijn witte asfaltmonster en scheur over de vismarkt. De zonnestralen op m’n snufferd en de wind in het haar. Ik zoef een paar fietsers voorbij en kijk een aantal keren lachend om. Ik moet nog wel even in de ankers bij het beruchte zebrapadje, maar daar draai ik mijn hand niet meer voor om.

*Gaap*, even in mijn ogen wrijven. Nee, wakker ben ik allesbehalve. Een kop koffie en de krant van vandaag moeten daar verandering in brengen. Als ik halfslapend even koppensnel valt mij meteen iets op: ‘Nieuwe keizer, nieuwe jaartelling’. In Japan zal keizer Akihito op dertig april na dertig jaar aftreden. Ongekend, want normaal gesproken treedt een keizer van Japan alleen af wanneer hij overlijdt. Akihito heeft echter drie jaar geleden te kennen gegeven dat het werk te zwaar voor hem is. Daarom draagt hij de troon vroegtijdig over aan zijn zoon Naruhito. Erg bijzonder allemaal, maar het boeit me weinig. De eerste slok koffie is inmiddels wel genuttigd.

Ik lees verder en zie dan dat het Britse parlement op zoek is naar een nieuwe ‘Brexituitweg’. Dat is me toch ook een soap geworden. Groot-Brittannië is inmiddels een beetje die oude kat van je moeder. De hele tijd loopt hij bij de achterdeur te miauwen dat hij naar buiten wil, maar als je de deur opendoet dan blijft hij toch liever binnen. Als ik daarna op internet een filmpje zie van Lagerhuisvoorzitter John Bercow, verbaas ik me over het feit dat hij een zaal bekvechtende volwassenen probeert te kalmeren door meerdere keren ‘’ORDER!’’ te roepen. Het lukt uiteindelijk ook nog. De verbazing wordt even later weggenomen door de aroma die Douwe over mijn tong pist.

Als ik halverwege mijn kopje koffie ben, lees ik dat een keeper dit weekend knock-out is geslagen door een grensrechter. De
wedstrijd tussen VV Uno uit Hoofddorp en het Haarlemse Geel-Wit escaleert in een opstootje, waarin er over en weer geslagen wordt. De hardste klap wordt uitgedeeld door een 34-jarige(!) grensrechter. Hij slaat de keeper van VV Uno bewusteloos en laatstgenoemde loopt een hersenschudding op. De verbazing die Douwe eerder weg had gespoeld, sijpelt weer door. Hoe kan iemand van fucking vierendertig zich zo laten gaan? Ik kan er in ieder geval niet bij.

Zo, op. Ik zet mijn mok in de vaatwasser en geniet nog even van de nasmaak. Ja, de koffie was lekker, maar het nieuws was niet echt spectaculair vandaag. Desondanks ben ik dankzij de krant en de koffie wel een beetje wakker geworden. Daar doe ik het voor. *Gaap*

Het is maandag rond het middaguur, als ik in de bus van Groningen naar Emmen zit. Ik tuur, ietwat duf nog van het carnavalsweekend, over de strakke velden van Queens Grass de verte in. Het is een typische maandag. Guur zoals alleen een maandag kan zijn. Het regent en de bus is ietwat beslagen. Dat vind ik meestal een beetje irritant of smerig, maar vandaag maakt het me allemaal niet zoveel uit.

Ik ben begonnen aan de reis van vandaag, die me zal leiden naar onze hoofdstad. Ik ben niet, zoals wel vaker in mijn column voorbij is gekomen, onderweg naar die vliegende schotel waar geen gras wil groeien. Dat waren in 2009 de legendarische woorden van de even legendarische NOS-verslaggever Gerri Eickhof over de Johan Cruijff Arena.

Nee, ik ben onderweg naar AFAS Live. De voormalig Heineken Music Hall is vandaag het decor van het Country2Country Music Festival. Tijdens dit muziekspektakel, dat normaal alleen in Londen plaatsvindt, zullen vandaag een aantal wereldsterren het podium gaan betreden en dat kan ik als diehard countryfan natuurlijk niet missen. Bij zijn is immers meemaken.

Als ik met mijn vinger een smiley in de condens heb gezet, shuffelt Spotify me naar een liedje van Keith Urban. ‘Blue ain’t your color’ danst door mijn trommelvliezen. Een heerlijke plaat en de strakke velden van Queens Grass hebben plaatsgemaakt voor de binnenkant van mijn ogen.

Ik dwaal alvast af naar het concert waar ik straks getuige van ga zijn. Een concert waar diezelfde Keith Urban ook op zal gaan treden. Ik probeer me al een voorstelling te maken, maar zoals bij ieder countryconcert zal het al mijn verwachtingen waarschijnlijk weer gaan overtreffen.

Ik kan het nog niet eens beseffen dat deze legende nu in Nederland is en voor nu moet ik het nog maar even met Spotify doen. Over een aantal uurtjes zal ik ‘Blue ain’t your color’ echter live met Keith meezingen en ik kan maar moeilijk wachten tot het moment dat het magnifieke gitaarspel van deze sympathieke Australiër live door mijn trommelvliezen danst.

Op dat moment zal ik nog even denken aan de velden van Queens Grass en die smerige condens in de bus. Waar een gure, regenachtige maandagmiddag wel niet goed voor kan zijn.