Ik wil jullie graag eventjes meenemen naar een week of vier geleden. In een wereld van onbegrensde mogelijkheden ben ik op bezoek bij mijn allerbeste maat, Maikel. Hij woont inmiddels bijna een jaar in de stad Banff in Canada. De ‘Johnston Canyon Trail’ is de eerste wandeling die we maken in de weerzinwekkende natuur waar het land om bekend staat. Als we even uit zitten te rusten op een bankje, bepalen Maikel en ik wat het plan is voor de volgende dag. Ik vertel hem dat het me fantastisch zou lijken om met een zieke pick-up truck door de bergen te toeren. We bekijken vervolgens een aantal websites, maar vinden helaas geen bedrijf die mijn droomauto aanbiedt, een Chevy Silverado. Wel een Ford F150. Dat is ook een pick-up, maar één die voor mijn gevoel niet in de buurt komt van een Silverado. We besluiten het er echter mee te doen en reserveren de Ford. De volgende dag lopen we naar het kantoor van Enterprise.eu. Het zit gevestigd in een hotel, waar de skiërs en snowboarders af en aan lopen. De grote lobby met de fonkelende open haard en een prachtige sofa als blikvangers, lijkt wel het decor van een film. We moeten wachten en ik besluit op de beige bank plaats te nemen. Het hout in de open haard knispert. Fabelachtige sferen. Als de man van Enterprise arriveert, heeft hij slecht nieuws: “Sorry, but unfortunately we don’t have the Ford anymore.” Geen Ford F150 dus, terwijl we die gewoon hebben gereserveerd. Het slechte nieuws wordt echter gauw opgevolgd met: “But we have a red Chevrolet Silverado. How do you like that?” Ik kijk hem ietwat argwanend aan en zeg dat hij vast een grapje met ons uithaalt. Zijn strakke blik verandert echter geen moment en stiekem kan ik mijn geluk niet op. Als we achter de man aan lopen richting de liften van het hotel, probeer ik mijn enthousiasme in bedwang te houden. We stappen de lift uit en staan in de parkeergarage van het hotel. In mijn linkerooghoek zie ik al iets glinsteren. De neus van de rode Chevy steekt het parkeervak uit. Wat een bakbeest. Die dag rijden we onder het genot van Kenny Chesney’s ‘Get Along’ in mijn droomauto door de Canadian Rockies. De vrijheid die ik op dat moment voel, is onbeschrijflijk. Nu, een dikke maand later ziet de wereld er heel anders uit. Vanwege de coronacrisis ligt de gehele maatschappij zo goed als plat. Geen vluchten naar verre oorden, geen diner bij je favoriete restaurant en geen biertje drinken met je vrienden. Laat staan met die vriend die woonachtig is aan de andere kant van de wereld. Iedereen zit zoveel mogelijk thuis en alleen al denken aan je vakantie van deze zomer, doet je schuldig voelen. Vrijheid is op dit moment even heel betrekkelijk. Als ik er nu bij nadenk, kan ik me het maar moeilijk voorstellen dat ik kort geleden nog tegen Maikel zei dat hij wakker moest blijven. Al was dat na een aantal ‘double rum and cokes’ in de Rose & Crown een beetje lastig voor hem. Ik denk eraan terug, omdat vandaag de dag is van de bevrijding van deze regio. Op 13 april 1945 bevrijden de Canadezen nota bene het gebied waar ik nu woon en dus denk ik bij het ophangen van de Nederlandse vlag aan de vrijheid. De vrijheid die ik dankzij hen geniet. Dankzij hen heb ik in een felrode Chevy Silverado door hun Canadian Rockies gereden. Ondanks de beperkingen, toch iets om bij stil te staan vandaag. Vanaf de bank in Drenthe, Tom Meijers.

Bijzondere COVID-19,

Je duikt voor het eerst op in de Chinese stad genaamd Wuhan. Als klein virusje verspreid je je over het land dat over een bevolking van ruim 1,3 miljard mensen beschikt. Maatregelen worden er getroffen, maar het blijkt te laat. Als een olievlek verspreid je je over de hele wereld. Je besmet steeds meer mensen en blijkt lastig uit het veld te slaan. Zeg maar gerust, niet uit het veld te slaan. We zijn niet tegen je opgewassen. Nog niet in ieder geval. Het gaat op een gegeven moment vlug en voordat men er erg in heeft, zijn ook de eerste Europeanen besmet. Vooral de Italiaanse bevolking wordt hard getroffen. In de Italiaanse samenleving wonen veel ouders bij hun kinderen in. Eén van de vele verklaringen voor het buiten proportionele aantal doden ten gevolge van jou in het land van de pasta en pizza.

Je hebt meerdere landen inmiddels helemaal platgelegd en dat is nog maar het begin. Mensen zingen vanaf kenmerkende Italiaanse balkonnetjes liedjes om elkaar door de quarantainetijd heen te zingen. Nederlanders spreken op een avond af om te klappen voor het zorgpersoneel dat vanwege jou overuren draait. Dat onze minister van Medische Zorg en Sport tijdens een debat in elkaar zakt, komt door jou. Oververmoeidheid. Die man werkt dag en nacht om jou te bestrijden. Hij heeft inmiddels zijn ontslag ingediend en die heeft de Koning hem verleend. Ben je daar nou trots op?

Terug naar twee weken geleden. In Nederland grappen we over je. Corona doet ons vooral denken aan die Mexicaanse longneck met een limoentje. Lekker man. Memes worden over je bedacht, gemaakt en gedeeld. Grappig, maar je bent voor ons vooral een ver-van-ons-bed-show. Twee weken daarvoor, als je alleen nog maar aan de andere kant van de wereld bent, worden leden van onze samenleving met welke Aziatische uitstraling dan ook gediscrimineerd, nagekeken en uitgescholden. Een radio-dj denkt grappig te zijn met een liedje ‘Voorkomen is beter dan Chinezen’. En nu? Ik heb nog geen nieuwe versie gehoord. ‘Voorkomen is beter dan doodgaan’ misschien een optie?

En nu je hier bent, tref je ‘ons’ ook en daar hebben we moeite mee. Nu ligt niet alleen die onbekende Chinees, maar ook opa Henk op de intensive care. Nu mag niet alleen een Chinees meisje niet meer op bezoek bij haar oma, maar ook Liesje kan een bezoekje aan haar favoriete oma Toos vergeten. Door deze sta-naast-ons-bed-show gaat praktisch niemand meer de deur uit in angst om zelf besmet te geraken.

Je hebt de wereld ziek gemaakt en je hebt duidelijk gemaakt dat we je serieus moeten nemen. Daarom wil ik iedereen op het hart drukken dat ze de maatregelen van de overheid serieus moeten nemen. Heb je lichte verkoudheidsklachten? Ga de deur niet uit. Probeer verspreiding tegen te gaan en besmetting te voorkomen door sociale contacten te mijden. Wees in de supermarkt niet egoïstisch. Gun elkaar die toiletrol. Help elkaar en als iemand hoest, kijk niet vies om. Heb bovenal respect en wees dankbaar voor de mensen die de samenleving draaiend houden. Mensen in de zorg, het onderwijs, supermarktmedewerkers, politieagenten, ambulancepersoneel en de rest. Hulde voor hen.

Bijzondere COVID-19, nu je van klein griepvirusje bent veranderd in een wereldwijde pandemie, wil graag nog ik één ding tegen je zeggen: “Ga alsjeblieft weg. Rot op!”

Als aangeschoten wild storten de leeuwinnen na het laatste fluitsignaal ter aarde. Ze zijn verslagen. ‘Onze jacht’ is geëindigd met een kogel in de rug. Het heeft niet zo mogen zijn. En is dat erg? Nee, natuurlijk niet. Het is logisch dat je een finale wilt winnen. Een finale wil je altijd winnen, ook al is het idee alleen al surrealistisch. In een finale heb je altijd een kans.

Natuurlijk ligt het niveau beduidend lager dan bij het mannenvoetbal. Je zou het niveau van een wedstrijd tussen Kameroen en Nieuw Zeeland op het WK Vrouwenvoetbal ook elke zondagavond op RTV Drenthe kunnen kijken tijdens ‘Onze Club’. Een programma waarin amateurvoetballers als Freddy Frikandel wekelijks shinen. Maar is het eerlijk om vrouwenvoetbal met mannenvoetbal te vergelijken? Nee. Sinds een aantal jaren groeit het vrouwenvoetbal en wint het aan populariteit. Mannen voetballen al meer dan een eeuw. Als ik iemand dan hoor zeggen dat het nergens op lijkt, dan zijn ze toch echt appels met peren aan het vergelijken. Iemand die al 70 jaar een sigaar rookt heeft daar ook minder moeite mee dan iemand die pas is begonnen.

Gedurende hun jacht op de wereldbeker verslinden de leeuwinnen tegenstander na tegenstander. Ze zijn te sterk voor achtereenvolgens Nieuw-Zeeland, Kameroen, Canada, Japan, Italië en Zweden. Soms met redelijk voetbal, soms op karakter. En is dat erg? Nee, natuurlijk niet. Het maakt een team eerder completer. In de finale is het een ander verhaal. Vanaf minuut één is grootmacht Amerika de bovenliggende partij en onze leeuwinnen zijn dit keer de prooi. In de achtenvijftigste minuut worden de leeuwinnen gegrepen. Een stroper genaamd de VAR schiet hen neer. De Amerikanen worden bijgestaan en Oranje krijgt een penalty, in plaats van een corner, tegen. Via de elfmeter van Megan Rapinoe en een afstandsschot van Rose Lavelle wordt de droom van onze leeuwinnen gedood.

En is dat erg? Nee, natuurlijk niet. De leeuwinnen zijn een prachtige ervaring rijker, zullen als team gegroeid zijn en hebben daarnaast een schitterend wereldkampioenschap gespeeld. Zij waren de prooi en de Verenigde Staten had honger. Zo gaat dat. Volgend jaar staat er weer een mooi toernooi voor ze op het programma, de Olympische Spelen. Hopelijk staat er dan weer een affiche tussen deze ploegen op het programma en wat zullen de Oranjeleeuwinnen dan een honger hebben.

Het is woensdagochtend ongeveer tien voor zes. Ik schrik wakker. Het vaasje dat ik op mijn salontafel heb staan, is omgevallen. Mijn bed trilt. Mijn appartement trilt. Groningen trilt. De zoveelste aardbeving. Ditmaal eentje met een kracht van 3.4 op de schaal van Richter. De maat is vol.

Groningers worden ‘borendol’ van de excuses en het gedraai van Eric Wiebes, onze minister van Economische Zaken en Klimaat. Het kabinet heeft, na een vergelijkbare beving in Zeerijp vorig jaar, gepland om de gaswinning rond 2030 helemaal te stoppen. Maar voordat we dat jaar aantikken, ben ik waarschijnlijk al van tweehoog naar beneden getrild.

Daarnaast is het inmiddels pijnlijk duidelijk geworden wat er decennialang met de vele waarschuwingen van onderzoekers is gedaan. Niets! Vanaf 1961 wordt al aangetoond dat er aardschokken en bevingen worden vernomen in de Noordelijke provincies, maar dat is toentertijd door de NAM en de overheid naar het rijk der fabelen verwezen.

De bewoners van prachtige boerderijen, leuke appartementen en te kleine studentenkamers worden de laatste jaren echter steeds vaker geteisterd door aardbevingen. Groningers zijn bovenal ook mensen, meneer Wiebes. Mensen met gevoel, een gezin en een woning. Dingen waar men waarde aan hecht. Als het dan ook nog duidelijk wordt dat de veiligheid van deze Groningers geenszins een rol speelde tijdens het boren naar gas, dan gaat ons haar helemaal omhoog staan. De voornaamste drijfveer was dat er zoveel mogelijk gas en dus zoveel mogelijk geld uit de aarde geboord moest worden. Dat kan dan blijkbaar over de rug van de nietsvermoedende Groninger.

Bij een gemiddelde aardappelboer in Loppersum springen intussen de ruiten plotseling, bij de buurvrouw trillen de koffiekopjes van tafel en de voorgevels van karakteristieke boerderijen zitten vol met scheuren. Groningers zijn de aardbevingen en aardschokken meer dan zat. De gaswinning dient op kortere termijn te worden stopgezet.

Onze gezinnen zitten onnodig in een onveilige situatie. Het is wachten totdat de eerste slachtoffers een feit zijn en dan mag die rare Kwiebes, wat mij betreft, de stoffelijke overschotten van de Groningers persoonlijk onder een stapel bakstenen vandaan halen. Kijken of hij het dan nog eens ‘bevinkje’ durft te noemen.

Douwe, ouwe reus. Als ik ‘s ochtends mijn bed uit ga, ben jij het eerste waar ik aan denk. Het is jouw pure energie wat ik in de ochtenduren het liefst tank. Door jouw cafeïne word ik geleidelijk aan wakker. Mijn ontbijt met Douwe en een broodje van de bakker.

Douwe, ouwe reus. Ik weet het heus. Van jouw boontjes krijg ik een hoop energie. Waardoor ik ondanks de boompjes het bos weer even zie. Dankzij jou houd ik het iets langer vol. Dankzij jou is mijn hoofd iets minder vol.

Douwe, ouwe reus. Er gaat niets boven jou tijdens koffietijd. Een ééntweetje tussen jou en een gevulde koek is iets wat ik zeker niet mijd. Een gouden combinatie die ik geregeld langs laat komen. Het is zelfs een combinatie waar ik af en toe van lig te dromen.

Maar soms, dan gaat het allemaal even te gek. De dagen waarop ik je van boven en van onder lek. De dagen dat ik misselijk word van je geur. Wanneer ik de dertiende Douwe van de dag naar binnen pleur. Een overkill dat over mijn tong pist. Heb ik je ooit wel eens gemist?

Douwe, ouwe reus. Maak je maar geen zorgen. Als jouw zwarte goud mijn huig kietelt en langzaam naar binnenstroomt, dan weet ik weer waarover ik heb gedroomd. Die mindere dagen neem ik op de koop toe. Zonder jou, ‘Gouwe, ouwe Douwe’, is er namelijk niets meer wat ik doe.

Ik heb vandaag de eerste afspraak met deze krant en ik ben aan de late kant. Ik stap op mijn mountainbike en begin te racen. Mits ik op mijn fiets stap, begint het te regenen. ‘Is het zo’n dag?’, denk ik bij mezelf. Om de hoek bij de vismarkt passeer ik een paar fietsers en kijk ik een aantal keren afkeurend om. Door hen heb ik zojuist kamikazecapriolen uit moeten halen om tegenliggers te ontwijken. Gelukt, maar het noodlot slaat toe als ik het zebrapad bij de Albert Heijn op de vismarkt nader..

Ik ben normaal gesproken een nonchalante fietser. ‘Losse handjes’ en de tas over mijn schouder. Het is een garantie voor onheil en dat onheil blijkt dichterbij dan ik op dat moment denk. Ik fiets nonchalant, maar hard. De regendruppels kletteren op mijn voorhoofd en opeens slaat mijn ketting over. Ik schiet met mijn voet van de trapper en daar lig ik. Kijk, je kunt een keer vallen met de fiets. Dat gebeurt wel eens, maar in de categorie ‘op je bek gaan met de fiets’ was dit een klassieker. Keihard op m’n bek en dat op het drukste zebrapad van het noorden. Ik krabbel op en denk: ‘ja Tom, het is zo’n dag’.

Bovenstaande is inmiddels een aantal maanden geleden en tegenwoordig is alles anders. Onlangs heb ik de fietsenstalling namelijk verrijkt met een retroscooter. Ik heb hem via marktplaats op de kop getikt en ik heb er al aardig wat kilometertjes mee gevreten. Helemaal nu het steeds mooier weer wordt, haal ik mijn witte asfaltmonster voor elk wissewasje uit de garage. Hij loopt als een tiet en aangezien ik middenin de binnenstad woon, is het voor mij nu al de aankoop van het jaar.

Ik heb mijn jas laten liggen bij een kameraad. Die woont om de hoek bij de vismarkt. Ik loop niet even heen zoals ik normaliter doe, maar ik pak mijn witte asfaltmonster en scheur over de vismarkt. De zonnestralen op m’n snufferd en de wind in het haar. Ik zoef een paar fietsers voorbij en kijk een aantal keren lachend om. Ik moet nog wel even in de ankers bij het beruchte zebrapadje, maar daar draai ik mijn hand niet meer voor om.

*Gaap*, even in mijn ogen wrijven. Nee, wakker ben ik allesbehalve. Een kop koffie en de krant van vandaag moeten daar verandering in brengen. Als ik halfslapend even koppensnel valt mij meteen iets op: ‘Nieuwe keizer, nieuwe jaartelling’. In Japan zal keizer Akihito op dertig april na dertig jaar aftreden. Ongekend, want normaal gesproken treedt een keizer van Japan alleen af wanneer hij overlijdt. Akihito heeft echter drie jaar geleden te kennen gegeven dat het werk te zwaar voor hem is. Daarom draagt hij de troon vroegtijdig over aan zijn zoon Naruhito. Erg bijzonder allemaal, maar het boeit me weinig. De eerste slok koffie is inmiddels wel genuttigd.

Ik lees verder en zie dan dat het Britse parlement op zoek is naar een nieuwe ‘Brexituitweg’. Dat is me toch ook een soap geworden. Groot-Brittannië is inmiddels een beetje die oude kat van je moeder. De hele tijd loopt hij bij de achterdeur te miauwen dat hij naar buiten wil, maar als je de deur opendoet dan blijft hij toch liever binnen. Als ik daarna op internet een filmpje zie van Lagerhuisvoorzitter John Bercow, verbaas ik me over het feit dat hij een zaal bekvechtende volwassenen probeert te kalmeren door meerdere keren ‘’ORDER!’’ te roepen. Het lukt uiteindelijk ook nog. De verbazing wordt even later weggenomen door de aroma die Douwe over mijn tong pist.

Als ik halverwege mijn kopje koffie ben, lees ik dat een keeper dit weekend knock-out is geslagen door een grensrechter. De
wedstrijd tussen VV Uno uit Hoofddorp en het Haarlemse Geel-Wit escaleert in een opstootje, waarin er over en weer geslagen wordt. De hardste klap wordt uitgedeeld door een 34-jarige(!) grensrechter. Hij slaat de keeper van VV Uno bewusteloos en laatstgenoemde loopt een hersenschudding op. De verbazing die Douwe eerder weg had gespoeld, sijpelt weer door. Hoe kan iemand van fucking vierendertig zich zo laten gaan? Ik kan er in ieder geval niet bij.

Zo, op. Ik zet mijn mok in de vaatwasser en geniet nog even van de nasmaak. Ja, de koffie was lekker, maar het nieuws was niet echt spectaculair vandaag. Desondanks ben ik dankzij de krant en de koffie wel een beetje wakker geworden. Daar doe ik het voor. *Gaap*

Het is maandag rond het middaguur, als ik in de bus van Groningen naar Emmen zit. Ik tuur, ietwat duf nog van het carnavalsweekend, over de strakke velden van Queens Grass de verte in. Het is een typische maandag. Guur zoals alleen een maandag kan zijn. Het regent en de bus is ietwat beslagen. Dat vind ik meestal een beetje irritant of smerig, maar vandaag maakt het me allemaal niet zoveel uit.

Ik ben begonnen aan de reis van vandaag, die me zal leiden naar onze hoofdstad. Ik ben niet, zoals wel vaker in mijn column voorbij is gekomen, onderweg naar die vliegende schotel waar geen gras wil groeien. Dat waren in 2009 de legendarische woorden van de even legendarische NOS-verslaggever Gerri Eickhof over de Johan Cruijff Arena.

Nee, ik ben onderweg naar AFAS Live. De voormalig Heineken Music Hall is vandaag het decor van het Country2Country Music Festival. Tijdens dit muziekspektakel, dat normaal alleen in Londen plaatsvindt, zullen vandaag een aantal wereldsterren het podium gaan betreden en dat kan ik als diehard countryfan natuurlijk niet missen. Bij zijn is immers meemaken.

Als ik met mijn vinger een smiley in de condens heb gezet, shuffelt Spotify me naar een liedje van Keith Urban. ‘Blue ain’t your color’ danst door mijn trommelvliezen. Een heerlijke plaat en de strakke velden van Queens Grass hebben plaatsgemaakt voor de binnenkant van mijn ogen.

Ik dwaal alvast af naar het concert waar ik straks getuige van ga zijn. Een concert waar diezelfde Keith Urban ook op zal gaan treden. Ik probeer me al een voorstelling te maken, maar zoals bij ieder countryconcert zal het al mijn verwachtingen waarschijnlijk weer gaan overtreffen.

Ik kan het nog niet eens beseffen dat deze legende nu in Nederland is en voor nu moet ik het nog maar even met Spotify doen. Over een aantal uurtjes zal ik ‘Blue ain’t your color’ echter live met Keith meezingen en ik kan maar moeilijk wachten tot het moment dat het magnifieke gitaarspel van deze sympathieke Australiër live door mijn trommelvliezen danst.

Op dat moment zal ik nog even denken aan de velden van Queens Grass en die smerige condens in de bus. Waar een gure, regenachtige maandagmiddag wel niet goed voor kan zijn.

Het is maandagavond, bijna half tien en ik sta met mijn blauwgrijze rugzakje bij bushalte Heidelberglaan in Utrecht. Het is koud en de gure regen scheert langs mijn gezicht. ’t Kan beter, denk ik op dat moment. Over vijf minuten komt de bus die me via stadion De Galgenwaard naar het station brengt. De buschauffeur die me in eerste instantie minimaal begroet, blijkt me daarentegen goedgezind. Hij sjeest alsof hij weet dat ik anders mijn aansluiting met de trein niet haal.

Als ik op het station aankom, heb ik zelfs nog tijd om een klein pastaatje te scoren bij Julia. Met het bakje pasta onder mijn arm en een flesje water in mijn jaszak, loop ik naar de trein en kan ik rustig gaan zitten om richting het mooie Groningen te gaan. In de trein installeer ik mezelf optimaal zodat ik deze column voor de Westerkrant kan gaan schrijven.

Met het penne naturel tussen mijn tanden begin ik te tikken. Zojuist heb ik mijn eerste officiële college van de deeltijdopleiding Communicatie aan de Hogeschool Utrecht gehad. Het is even wennen om na zes jaar weer colleges voor te moeten bereiden en überhaupt huiswerk te moeten gaan maken, maar ging me niet slecht af. Voor een eerste college mag ik in ieder geval niet klagen.

Niet alleen voor mezelf is het weer even wennen. Tijdens het college begon mijn laptop te ‘broezen’. Alsof het allemaal even te snel ging voor hem. Naast Word, dat ik gebruik voor mijn columns, wordt mijn laptop namelijk niet tot nauwelijks gebruikt. Tot nu dus. We zijn terug in de schoolbanken en dat betekent overuurtjes voor mijn oude, vertrouwde typemachine.

Gelukkig kunnen we allebei de komende anderhalve week alweer een beetje bijkomen. Volgende week is namelijk collegevrij. Alsof ik alweer jaren naar school ga, moet ik toegeven dat ik dat toch wel erg lekker vind. Ik lig volgende week maandagavond rond half 10 dan ook mooi met mijn grijze joggingbroek op de bank, lekker warm bij de kachel en dan denk ik op dat moment: ’t kan minder.

Ik zit achter het stuur. Cruise control op 130 km/h. Het asfalt glijdt onder mij door. In de verte voert een auto groot licht. Dommelend rijd ik in een zilvergrijze auto terug naar huis, na weer een lange dag werken. Ik tik een ander liedje aan in mijn playlist en mits word ik ingehaald door een prachtige, matzwarte, Amerikaanse pick-up truck. In het kielzog van de pick-up kletteren regendruppels op mijn voorruit. De ruitenwissers slaan ze er op hun beurt weer van af. Het is koud en donker. Ik heb mijn verwarming ingesteld op standje Sahara. Alle ingrediënten voor een heerlijk afdwaalmoment.

Ik begin na te denken over het leven. Het leven zoals ik dat nu lijd en ik denk meteen aan mijn cruise control. Ik zie overeenkomsten. Niets beseffend, maar gewoon op de automatische piloot. Dat is mijn leven. Op tijd sta ik duf op. Al wrijvend in mijn ogen doe ik het licht aan in mijn appartement. De douche wacht op me. Vervolgens poets ik mijn tandjes, klieder ik wat vet in mijn haar en zet ik de koffiepot op standje pruttel. Een broodje en een kopje pikzwarte koffie verder, stap ik in de auto. Op naar mijn werk. Daarna sport of relax ik, waarna het weer tijd is om wat slaap te pakken. Next day? Same shit. Ik realiseer me dat ik te weinig geniet.

Countrymuziek is bijvoorbeeld iets waar ik ultiem van kan genieten. Het liefst stond ik op dit moment op een veld te zingen: ‘’You know I like my chicken fried and cold beer on a Friday night’’. Samen met mensen die van dezelfde muziek houden als ik. Mensen waarmee ik een biertje kan drinken achterop de ‘tailgate’. ’s Avonds de trucks rond een kampvuurtje, ‘drink in my hand’ en mijn Nashville-petje verkeerd om op. En dan, aan het einde van de avond, de vrouw achter het stuur. Cruise control op 50 km/h. Het zand hobbelt onder mij door. In de verte reflecteren de oogjes van een haas in het licht van mijn koplampen. Dommelend rijd ik in mijn prachtige, matzwarte, Amerikaanse pick-up truck naar huis, na weer een lange dag genieten.