Wanneer ik door mijn tijdlijn scroll, kom ik allerlei berichten tegen. Een filmpje waarin een voetballer de enkel van een tegenstander breekt, een maat van me heeft zijn profielfoto zojuist gewijzigd en het blijkt dat er een vergeten kennis vandaag jarig is. Ik kom van alles tegen. Leuke dingen, maar ook minder leuke dingen. Zo zag ik deze week, niet voor het eerst overigens, een filmpje van een groep jongens die een andere jongen behoorlijk toetakelt.

Ik zie hoe ze, met een mannetje of tien, achter een jongen aan lopen. Het is de vijftienjarige Tommy die in de bosjes wordt getrapt en geslagen. Hij belandt op de grond als hij het bloed over zijn handen ziet stromen. Hij krabbelt op, maar het is nog niet klaar. Iemand blijkt het nodig te vinden om de voorovergebogen, aangeslagen jongen ook nog eens vol in zijn gezicht te trappen.

Mijn bloed begint te koken als ik zie dat ze vervolgens ook nog een fiets op de weerloze Tommy gooien. Terwijl hij roerloos op de grond ligt, wordt hij nog een aantal keren flink geschopt en geslagen. Het bloed loopt langs zijn gezicht en ontredderd kijkt hij om zich heen. Het ontluisterende filmpje stopt en het enige dat in mij naar boven komt is woede.

Het enige wat ik naast de klappen in het filmpje hoor, is het woordje ‘kanker’ en nog wat vruchteloze straattaal. Het haar gaat mij sowieso al recht omhoog staan als iemand met kanker scheldt. Laat staan dat het ook nog iemand is die een ander flink toetakelt. Oh jongen, wat maak je me kwaad.

Ik schrijf de woede maar van me af, maar het nut van een slaande ruzie is mij al vijfentwintig jaar volstrekt onduidelijk. Is het dan nodig om even te laten zien wie de sterkste is? Even te laten zien wie de stoerste is? Even te laten zien wie het mannetje is? Je bent pas echt een man als je eens een gesprek gaat voeren met degene waarmee je ruzie hebt. Dat lost veel meer op dan geweld. Geweld is namelijk een uiting van onmacht. Daarnaast laat het zien dat je geen greintje verstand in je mik hebt. Ga het gesprek dus aan, dan zul je zien dat je vijand ook kanten heeft waarin jij je kunt vinden.

Sociale media heeft haar voor- en nadelen. Ik vind het irritant dat zulke filmpjes worden gedeeld middels een platform als Facebook, maar het kan ook een aanzet zijn tot iets moois. Ik heb namelijk ook al voorbij zien komen dat er een stichting is die een kaartenactie is gestart voor Tommy. Een prachtig initiatief uiteraard, maar laten we het bij de bron aanpakken. Dat tuig moet flink gestraft worden en zijn in geen enkel geval hier het slachtoffer. Ook niet wanneer hun foto’s of profielen gedeeld worden. Dat hadden ze maar moeten bedenken voordat ze die arme Tommy het ziekenhuis in trapten.
Die gasten aanpakken dus, zodat er gerechtigheid komt voor Tommy en deze Tom straks weer rustig door zijn tijdlijn kan scrollen zonder getuige te hoeven zijn van soortgelijke, afschuwelijke filmpjes..

Ik zit achter het stuur. Cruise control op 130 km/h. Het asfalt glijdt onder mij door. In de verte voert een auto groot licht. Dommelend rijd ik in een zilvergrijze auto terug naar huis, na weer een lange dag werken. Ik tik een ander liedje aan in mijn playlist en mits word ik ingehaald door een prachtige, matzwarte, Amerikaanse pick-up truck. In het kielzog van de pick-up kletteren regendruppels op mijn voorruit. De ruitenwissers slaan ze er op hun beurt weer van af. Het is koud en donker. Ik heb mijn verwarming ingesteld op standje Sahara. Alle ingrediënten voor een heerlijk afdwaalmoment.

Ik begin na te denken over het leven. Het leven zoals ik dat nu lijd en ik denk meteen aan mijn cruise control. Ik zie overeenkomsten. Niets beseffend, maar gewoon op de automatische piloot. Dat is mijn leven. Op tijd sta ik duf op. Al wrijvend in mijn ogen doe ik het licht aan in mijn appartement. De douche wacht op me. Vervolgens poets ik mijn tandjes, klieder ik wat vet in mijn haar en zet ik de koffiepot op standje pruttel. Een broodje en een kopje pikzwarte koffie verder, stap ik in de auto. Op naar mijn werk. Daarna sport of relax ik, waarna het weer tijd is om wat slaap te pakken. Next day? Same shit. Ik realiseer me dat ik te weinig geniet.

Countrymuziek is bijvoorbeeld iets waar ik ultiem van kan genieten. Het liefst stond ik op dit moment op een veld te zingen: ‘’You know I like my chicken fried and cold beer on a Friday night’’. Samen met mensen die van dezelfde muziek houden als ik. Mensen waarmee ik een biertje kan drinken achterop de ‘tailgate’. ’s Avonds de trucks rond een kampvuurtje, ‘drink in my hand’ en mijn Nashville-petje verkeerd om op. En dan, aan het einde van de avond, de vrouw achter het stuur. Cruise control op 50 km/h. Het zand hobbelt onder mij door. In de verte reflecteren de oogjes van een haas in het licht van mijn koplampen. Dommelend rijd ik in mijn prachtige, matzwarte, Amerikaanse pick-up truck naar huis, na weer een lange dag genieten.

Parijs, 07-01-2015. Een Franse cartoonist bijt nog eens op zijn afgekauwd potlood wanneer hij de laatste hand legt aan een cartoon. Hij krabt aan zijn kruin en kijkt op de klok. Het is half 11. Hij werkt aan een cartoon die de volgende dag in de ‘Charlie Hebdo’ zal staan. Een grappige cartoon of juist een ontroerende. Misschien wel een cartoon die de tekentovenaar al lang in z’n hoofd had zitten of een cartoon die hij zojuist had verzonnen. Als de Fransman anderhalf uur in de toekomst had mogen kijken. Had hij zichzelf dan getekend? Omringd door een plas bloed, doorzeefd met kogels en liggend op het kliklaminaat waar zijn bureaustoel nu probleemloos overheen rijdt. Het zou een tekening zijn waarvan niemand weet hoe hij eruit zou hebben gezien. Een tekening die niemand wil zien.

De Islamitische Staat. Een sekte fundamentalistische moslims. Barbaarse ideeën. Onmenselijke daden. De journaals staan er iedere dag ‘bomvol’ mee. Idealistisch als Hitler. Meedogenloos als Mengele. Het is een tijdmachine waarin Henk en Ingrid, Maximilian und Katarina en Jean et Marie zitten. Een achtbaan waarvan niemand weet wanneer het eindigt. Of het eindigt. De wereld wordt gebrainwasht met onthoofdingsfilmpjes. Men mag niet meer denken wat men denkt. Men mag niet meer vinden wat men vindt. Men mag niet meer zeggen wat men zegt. Het zwijgen wordt ons door geweld opgelegd. Grof geweld. Gebruikt door koelbloedige, radicale moslims met bivakmutsen en Kalashnikovs.

Wij: journalisten, columnisten, cartoonisten, cabaretiers enzovoort. Laat ik het hebben over ‘de sprekende gilde’. Ik spreek in de wij-vorm. Wij brengen nieuws. Wij zijn nieuwsgierig. Wij presenteren. Wij tekenen. Wij maken mensen aan het lachen. Wij ontroeren. Wij leven mee. Wij steken. Wij steken? Ja, wij steken. Maar niet met messen, machetes of iets wat dan ook maar met geweld te maken heeft. Wij steken de draak. Met jou, met jouw geloof, met een geile Limburgse burgemeester en met een coke-snuivende oud-presentator. Wij doen dat want wij leven in Europa. Er is een wet in datzelfde Europa. Een wet met de naam: vrijheid van meningsuiting. En of jij nou lid bent van de Islamitische Staat, Barack Obama of Vladimir Poetin heet en het daar niet mee eens bent. Geweld is niet de oplossing. Geweld is nooit de oplossing. Steken mag. Zolang het met de draak is.