Berichten

Het kan een gevoelige snaar óf een heel pijnlijke snaar zijn.

Maar als Oliver Anthony zijn gitaar pakt en begint te zingen, dan raakt ie het.

Buigen, maar niet breken.

Daar gaat het eigenlijk over in zijn ‘Rich Men North of Richmond’. De bescheiden Amerikaanse countryzanger uit Farmville, Virginia, ging afgelopen week uit het niets viraal met zijn boerenvingers en rauwe stemgeluid. De setting is adembenemend. Zijn performance allesoverstijgend. Daar staat hij. Met zijn vuurrode baard in een groen t-shirt met een koe erop. In zijn handen een gitaar. Zijn drie honden onbewogen aan zijn zijde. Het adembenemende tafereel wordt opgenomen met een camera van RadioWV waarvan de focus af en toe verspringt.

I’ve been selling my soul, workin’ all day.

Overtime hours for bullshit pay.

Oliver Anthony

Binnen drie dagen werd de video van de zingende boer twee miljoen keer bekeken. Rich Men North of Richmond stond binnen de kortste keren op nummer één in de Amerikaanse iTunes-charts en op het moment van schrijven staat de YouTube-video van Anthony op 26 miljoen(!) weergaven.

Online regent het superlatieven. Er is zelfs een tekort aan. Het wordt ook ‘hét protestlied van zijn generatie’ genoemd. Het raakt namelijk alle vlakken van de hedendaagse maatschappij. Zo zingt hij over dakloosheid, mentale problematiek en zelfmoordcijfers. Hij heeft kritiek op de gevestigde orde en bedoelt met ‘The Rich Men North of Richmond’ eigenlijk de Amerikaanse politici, die volgens hem geen enkele compassie tonen met de onderste laag van de samenleving. Daarnaast zouden Amerikaanse politici zich schuldig maken aan kinderhandel, hetgeen Anthony ook subtiel aanstipt in zijn lied.

I wish politicians would look out for miners. And not just minors on an island somewhere.

Oliver Anthony

Daarmee doelt hij volgens De Telegraaf op politici die betrokken zouden zijn bij kinderhandel via de diensten van de – in zijn cel overleden – investeerder en zedendelinquent Jeffrey Epstein.

‘Rich Men North of Richmond’ is wat in Amerika een ‘blue collar song’ wordt genoemd. Een lied voor de strijdende held in de arbeidersklasse, die ontiegelijk hard werkt, maar van loonstrook naar loonstrook moet leven. Blue collar songs maken het leven en de slopende dagelijkse routines voor die helden iets draaglijker en dat is precies wat Oliver Anthony ook doet. De Amerikaanse arbeider identificeert zich met hem.

Anthony werd geboren in 1992. In 2010 verlaat hij op 17-jarige leeftijd zijn middelbare school en gaat hij aan het werk. Onder meer in ploegendienst bij een papierfabriek in McDowell County. Hij noemt het ‘a living hell’. In 2013 loopt hij een schedelbasisfractuur op na wat hij zelf noemt ‘een ongelukkige val’. Het doet hem besluiten terug te verhuizen naar zijn thuis, Virginia. Een half jaar moet hij revalideren voordat hij weer aan het werk mag.

In 2010, I dropped out of high school at age 17. I have a GED from Spruce Pine, NC. I worked multiple plant jobs in Western NC, my last being at the paper mill in McDowell County. I worked 3rd shift, six days a week, for $14.50 an hour in a living hell.

Oliver Anthony

Een paar jaar later koopt hij een stuk land voor bijna 100.000 dollar, waarvan hij er nog zo’n 60.000 moet afbetalen. Hij woont in een camper, die hij op een soort Marktplaats kocht voor 750 dollar. Met het huidige succes zou je denken dat de man alle dollars die hem aangeboden worden met beide handen aangrijpt. Hij hoeft maar één ding te doen, zou je zeggen: het succes uitmelken om even in boerentermen te blijven. Maar niets is minder waar.

Anthony gaat op een opmerkelijke wijze om met zijn plotselinge succes. Zo dicht hij de wereldwijde waardering voor zijn liedje dus niet toe aan zijn onnavolgbare gitaarspel of authentieke zang. Nee, zijn gitaarspel is ‘niet geweldig’ en zijn zang noemt hij ‘okay’. “Er is niets speciaals aan mij. Ik ben geen goede muzikant en ook niet een heel goed persoon. De laatste vijf jaren heb ik geworsteld met mijn mentale gezondheid. Ik dronk veel om mijn zorgen te vergeten”, zegt hij nederig. Hij dankt zijn succes aan de mensen die zich met hem identificeren, zegt hij zelf. En dat zijn er veel. Heel veel. Uit alle lagen van de Amerikaanse samenleving.

It’s not just a song for the right, it’s a song for all Americans.

Eric Spracklen

Ondanks alle aandacht blijft de inwoner van Farmville dus bescheiden en bijna ongemakkelijk dankbaar. Zijn inbox is geëxplodeerd. Iedereen wil iets van hem, maar hij laat daarentegen weten dat hij eigenlijk nooit deze mate van bekendheid wilde. Bovendien is hij niet van plan om zijn boerenleven zomaar op te geven en fulltime met muziek bezig te gaan. Zo wees hij een deal met een platenmaatschappij ter waarde van acht miljoen dollar resoluut af.

People in the music industry give me blank stares when I brush off 8 million dollar offers. I don’t want 6 tour buses, 15 tractor trailers and a jet. I don’t want to play stadium shows, I don’t want to be in the spotlight. I wrote the music I wrote because I was suffering with mental health and depression. 

Oliver Anthony

Waar hij eerder zijn ziel verkocht voor ‘bullshit pay’, doen de in het verschiet liggende stapels dollarbiljetten hem nu niets. De authenticiteit spat ervan af en de hoop is dat dat zo blijft. Maar bij Anthony ben ik daar niet bang voor. Hij wil zijn stuk land omtoveren tot een boerderij waar hij uiteindelijk vee kan houden en dan af en toe ‘gewoon’ op een plaatselijk marktje spelen om uiteindelijk in contact te treden met zijn fans.

“Y’all are crazy. I don’t even have words. Everybody’s been asking me about shows. If you’re willing to come and listen to me. I am willing to stay and listen to you. I’m going to shake your hand, I want to hear your story. I’m going to play a lot of local venues and I’m going to take my time with things. I want to get to know all of you. This is not about me. This is about you.”

Over buigen en niet breken gesproken.

Take a big bow, mister Anthony.

Andere creatievelingen slaan ook aan op het succes van Anthony. Zo maakte John Widomakr deze remix en ook die komt binnen.

Ags Connolly

en ik verwacht niet dat je het begrijpt...

Verrast ben ik, als ik opeens een aankondiging van een countryartiest voorbij zie komen op de website van het Dagblad van het Noorden: ‘Authentieke country van Ags Connolly klinkt bij VanSlag in Borger’. Mijn eerste gedachte is: ‘Daar moet ik bij zijn’. Mijn liefde voor countrymuziek heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Ik weet er veel van en zing moeiteloos met de meeste countryartiesten mee, maar Ags’ muziek is nog niet uit mijn speakers gekomen. Daar komt in de dagen die daarop volgen verandering in, waarop ik besluit de stoute boots aan te trekken. Korte research leert me dat Ags nog in de lente van zijn carrière zit, dus ik waag er een berichtje op. Zit er een interview in? Dat is de vraag. Het antwoord van de traditionele countryzanger: “Ik denk dat we wel tijd kunnen vinden voor een interview, Tom!” En zo geschiedt. Op vrijdagavond 11 september 2020 spreek ik met Ags Connolly (38) op de zolder van VanSlag. Hieronder leest u zijn verhaal en maakt u kennis met een voormalig accountant die heeft besloten zijn hart te volgen en nu een leven als (te) bescheiden countryartiest leidt. Een leven waar hij zelf ook nog wel eens raar van op kijkt.

Onaangetaste bruine boots, een spijkerbroek en een blauw gestreepte blouse. Bij binnenkomst in VanSlag kan ik er niet omheen. Als hij zich omdraait wordt duidelijk dat een cowboysbelt het geheel samenhoudt. Daarboven? Een goede kop en een nog betere baard. Een lichtgroene cap maakt de bijzondere verschijning van de sympathieke Connolly af. Hij lacht. De boekhouder uit Oxfordshire staat vanavond op het podium van VanSlag en hij is blij: “Het is de eerste keer dat ik in Nederland ben, dus ik ben heel benieuwd en ik heb er erg veel zin in.”

Gewapend met een glas bier loopt hij de trap op naar de zolder van het poppodium in Borger. Op een zichtbaar comfortabele sofa begint Connolly te vertellen. Maar liefst dertien jaar werkt hij in de financiële dienstverlening. Een kantoormuis dus: “Ik haatte iedere minuut en op een gegeven moment verloor ik mijn baan.” Het is het startsein van de omslag in zijn leven. “Ik wilde eigenlijk songwriter worden en was geïnspireerd door grootheden als Bob Dylan en Leonard Cohen”, vertelt Connolly. Hij richt zich op folkmuziek, maar als hij op een avond op stap is met vrienden besluit hij het over een andere boeg te gooien: “Later zag ik James Hand country spelen. Mijn vrienden vonden het niks, maar ik wist het. Traditionele country is mijn ding. Het past beter bij mijn stem en bij mij als persoon.”

Hand wordt en is Connolly’s grote voorbeeld. Hij wijdt er zelfs een liedje aan: ‘I saw James Hand’. Om het liedje heen refereert hij geregeld aan de countrylegende. Hand is gedurende lockdown, in juni dit jaar, overleden. “Ik denk dat hij het allemaal niet meer aan kon. Dat hele gedoe met het coronavirus en dergelijke”, verklaart Connolly op het podium.

And if you’ve never seen James Hand, I won’t expect you to understand. He’s a hillbilly spirit that appears as a man. And I know, cause I saw James Hand.

Ags Connolly – I Saw James Hand

Bij traditionele country moet men niet denken aan de Luke Bryans, Brett Youngs en Jake Owens van deze wereld. Nee, in dit genre stelen Willie Nelson en Waylon Jennings de show. Daarbij moet men denken aan David Allan Coe, Johnny Cash en Johnny Paycheck. Stuk voor stuk verhalenvertellers en ‘outlaws’, waar veel mensen zich mee kunnen identificeren of waar ze tegenop kijken. “Ik vind Johnny Paycheck een geweldige vocalist. Door veel naar deze mannen te kijken, heb ik mijn eigen stijl proberen te ontwikkelen met diepgaande, persoonlijke teksten. Veel van mijn liedjes komen voort uit gebeurtenissen in mijn eigen leven.” Dat is volgens Connolly ook het geheime ingrediënt van countrymuziek: “Toen ik startte met deze muziek wilde ik diepte in mijn teksten. Daarom zing ik veel ‘sad songs’. Ik denk dat mensen het van nature interessanter vinden om naar verdrietige liedjes te luisteren. Daar voelen ze zich vaak beter door. Het stelt hun leven in perspectief en biedt inzicht in het feit dat het altijd erger kan.”

Tijdens zijn allereerste tour door Nederland wordt hij verwend. Iets waar de nederige Connolly maar moeilijk mee om kan gaan. “Het is heel raar. Mijn ‘booking agents’ rijden me door heel Nederland. Ze laten me allerlei mooie plekken zien en ik laat het allemaal over me heen komen, maar ik zorg er wel voor dat ik er niet gewend aan raak. Ik weet dat dit boven mijn stand is”, verklaart hij wederom bescheiden. Gedurende zijn concert vertelt hij meerdere keren op een bijna neerbuigende manier over zijn eigen werk. Met een cynisch lachje tot gevolg. Iets totaal onnodigs als je goed naar zijn werk luistert.

Ags Connolly op het podium van VanSlag in Borger, Nederland

Als Engelsman voor country kiezen, is opzienbarend. “In het Verenigd Koninkrijk wordt countrymuziek een beetje als een grap gezien. Al gauw komt dan de ‘cowboy- en linedancevergelijking’ op tafel”, legt de zanger uit. Hij gebruikt daarbij het woord ‘cheesy’. Het is helaas zoals het genre ook in Nederland ten onrechte wordt gezien. Het deert hem echter niet. Stoïcijns schrijft en zingt hij door, ondanks de mening van zijn directe omgeving. Eenzaamheid kent Connolly niet. Hij houdt ervan om alleen te zijn.  

Toch is de bakermat van de countrymuziek, Nashville, niet de plek waar Connolly het wil maken: “Er is zoveel competitie in Nashville. Er zijn teveel mensen die hetzelfde doen daar.” Hij geeft aan niet aangewezen te zijn op een bepaalde plek: “Ik zal in het Verenigd Koninkrijk blijven totdat ik een bepaald plafond heb bereikt voor mijn gevoel. Wanneer dat is, kan ik niet zeggen.” Over tien jaar wil Connolly terugkijken en kunnen zeggen dat hij de muziek heeft gemaakt die hij wilde maken. De ingetogen Engelsman en zijn muziek verdienen erkenning. “Ik wil tegen mezelf kunnen zeggen dat ik het helemaal zelf heb bereikt. Dat ik, wat ik dan heb, heb opgebouwd vanuit niets. Als ik dat kan zeggen, dan ben ik oprecht trots op mezelf.”

De aanwezigen die vrijdagavond in Borger luisteren aandachtig naar wat Ags te vertellen heeft. Een blik in de zaal bewijst het. Een aantal monden heeft de lippen niet meer op elkaar. Ogen staren geconcentreerd naar de Engelsman en veters dansen in de lucht als voeten op Connolly’s melodie meetikken. De sprookjesachtige setting in VanSlag werkt daarin bevorderend. Het schitterende kerkgebouw, de ingetogen opstelling afgewerkt met van die ouderwetse, geweven tafelkleden. Het zijn de ingrediënten voor een heerlijke avond, waar ikzelf oprecht van heb genoten. Van de eerste noot tot het laatste slokje bier.

Het is lastig om Connolly in één zin te vatten. Dubbelzinnig, eigenaardig, nederig, vriendelijk, allicht een karikatuur van zichzelf, maar bovenal een geweldige muzikant, die schitterende liedjes maakt. Met behulp van ‘Vocalzones’ brengt hij ze in Borger loepzuiver ten gehore. Tussen zijn liedjes door knabbelt hij er lustig op los. De reden? “Eén keer ben ik mijn stem kwijtgeraakt op het moment dat ik moest zingen. Ik voelde het opeens op mijn keel slaan en er kwam gewoon niets meer uit. Dat is echt het ergste wat een muzikant kan overkomen. Sinds ik deze snoepjes eet, is het nooit meer misgegaan. Misschien zit het ook wel tussen mijn oren. Wie zal het zeggen”, vertelt hij terwijl hij zijn schouders ophaalt. Hij opent nog een Warsteiner, deelt her en der een handtekening uit en vervolgt zijn eigen pad. Niet zoals een ander, maar zoals Ags. De excentriekeling.

En als je hem nooit hebt gezien, dan verwacht ik niet dat je het begrijpt. Hij kan meer dan hij denkt en de wereldwijde erkenning is een kwestie van tijd. Ik kan het weten, want ik heb Ags Connolly gezien.

Het is maandag rond het middaguur, als ik in de bus van Groningen naar Emmen zit. Ik tuur, ietwat duf nog van het carnavalsweekend, over de strakke velden van Queens Grass de verte in. Het is een typische maandag. Guur zoals alleen een maandag kan zijn. Het regent en de bus is ietwat beslagen. Dat vind ik meestal een beetje irritant of smerig, maar vandaag maakt het me allemaal niet zoveel uit.

Ik ben begonnen aan de reis van vandaag, die me zal leiden naar onze hoofdstad. Ik ben niet, zoals wel vaker in mijn column voorbij is gekomen, onderweg naar die vliegende schotel waar geen gras wil groeien. Dat waren in 2009 de legendarische woorden van de even legendarische NOS-verslaggever Gerri Eickhof over de Johan Cruijff Arena.

Nee, ik ben onderweg naar AFAS Live. De voormalig Heineken Music Hall is vandaag het decor van het Country2Country Music Festival. Tijdens dit muziekspektakel, dat normaal alleen in Londen plaatsvindt, zullen vandaag een aantal wereldsterren het podium gaan betreden en dat kan ik als diehard countryfan natuurlijk niet missen. Bij zijn is immers meemaken.

Als ik met mijn vinger een smiley in de condens heb gezet, shuffelt Spotify me naar een liedje van Keith Urban. ‘Blue ain’t your color’ danst door mijn trommelvliezen. Een heerlijke plaat en de strakke velden van Queens Grass hebben plaatsgemaakt voor de binnenkant van mijn ogen.

Ik dwaal alvast af naar het concert waar ik straks getuige van ga zijn. Een concert waar diezelfde Keith Urban ook op zal gaan treden. Ik probeer me al een voorstelling te maken, maar zoals bij ieder countryconcert zal het al mijn verwachtingen waarschijnlijk weer gaan overtreffen.

Ik kan het nog niet eens beseffen dat deze legende nu in Nederland is en voor nu moet ik het nog maar even met Spotify doen. Over een aantal uurtjes zal ik ‘Blue ain’t your color’ echter live met Keith meezingen en ik kan maar moeilijk wachten tot het moment dat het magnifieke gitaarspel van deze sympathieke Australiër live door mijn trommelvliezen danst.

Op dat moment zal ik nog even denken aan de velden van Queens Grass en die smerige condens in de bus. Waar een gure, regenachtige maandagmiddag wel niet goed voor kan zijn.

Ik zit achter het stuur. Cruise control op 130 km/h. Het asfalt glijdt onder mij door. In de verte voert een auto groot licht. Dommelend rijd ik in een zilvergrijze auto terug naar huis, na weer een lange dag werken. Ik tik een ander liedje aan in mijn playlist en mits word ik ingehaald door een prachtige, matzwarte, Amerikaanse pick-up truck. In het kielzog van de pick-up kletteren regendruppels op mijn voorruit. De ruitenwissers slaan ze er op hun beurt weer van af. Het is koud en donker. Ik heb mijn verwarming ingesteld op standje Sahara. Alle ingrediënten voor een heerlijk afdwaalmoment.

Ik begin na te denken over het leven. Het leven zoals ik dat nu lijd en ik denk meteen aan mijn cruise control. Ik zie overeenkomsten. Niets beseffend, maar gewoon op de automatische piloot. Dat is mijn leven. Op tijd sta ik duf op. Al wrijvend in mijn ogen doe ik het licht aan in mijn appartement. De douche wacht op me. Vervolgens poets ik mijn tandjes, klieder ik wat vet in mijn haar en zet ik de koffiepot op standje pruttel. Een broodje en een kopje pikzwarte koffie verder, stap ik in de auto. Op naar mijn werk. Daarna sport of relax ik, waarna het weer tijd is om wat slaap te pakken. Next day? Same shit. Ik realiseer me dat ik te weinig geniet.

Countrymuziek is bijvoorbeeld iets waar ik ultiem van kan genieten. Het liefst stond ik op dit moment op een veld te zingen: ‘’You know I like my chicken fried and cold beer on a Friday night’’. Samen met mensen die van dezelfde muziek houden als ik. Mensen waarmee ik een biertje kan drinken achterop de ‘tailgate’. ’s Avonds de trucks rond een kampvuurtje, ‘drink in my hand’ en mijn Nashville-petje verkeerd om op. En dan, aan het einde van de avond, de vrouw achter het stuur. Cruise control op 50 km/h. Het zand hobbelt onder mij door. In de verte reflecteren de oogjes van een haas in het licht van mijn koplampen. Dommelend rijd ik in mijn prachtige, matzwarte, Amerikaanse pick-up truck naar huis, na weer een lange dag genieten.