Haar bruidsschat stelde maar weinig meer voor. Beetke van Rasquert (1480-1554) nam het heft in eigen handen nadat haar man, de schatrijke jonker Wigbold van Ewsum, in 1528 was overleden.

Ze wist als weduwe en ‘vrouwe van Nienoord’ het familiebezit flink uit te breiden en groeide uit tot de machtigste vrouw van de Groninger Ommelanden.

Beetke van Rasquert stamde uit een hoofdelingengeslacht. Dit betekende dat haar familie als invloedrijke personen werden gezien. Daarnaast bezaten de meeste hoofdelingen veel land en oefenden ze bestuurlijke en juridische macht uit. Ze werd geboren als dochter van Asinga Ailkema en Bywe in den Ham en was enig kind. Ze trouwde in 1502 met haar achterneef Wigbold en kreeg met hem ten minste vijf zoons en drie dochters.  

Turfwinning

Als bruidsschat ontving ze haar ouderlijk huis, de Ailkemaheerd bij Rasquert in Noord-Groningen. Ze verhuisde met haar man naar Hasselt omdat er een felle Gelders-Bourgondische strijd om de heerschappij over Groningen gaande was. Ze keerden in 1520 terug naar Groningen en kochten op grote schaal veenland in het Groninger Westerkwartier (Vredewold). Wigbold zag mogelijkheden om dit gebied af te graven voor de turfwinning en de ondergrond vervolgens te verpachten aan hen die er landbouw op wilden uitoefenen.

Uitbreiden

Wigbold overleed in 1528 en vanaf toen koos Beetke ervoor om in het Westerkwartier haar hoofdverblijf te vestigen, in borg Nienoord. Onder haar leiding werden de Nienoordvenen één groot, aaneengesloten gebied. Door een uitgekiend aankoopbeleid en met de nodige intimidatie wist zij de turfwinning tot een succes te maken. In 1531 werd ze erfelijk grietman van Vredewold. Dat was op dat moment de hoogste bestuurlijke functie die er bestond. Haar voorouders van de Ailkema-kant hadden inmiddels hun bezittingen en heerlijke rechten ruim uitgebreid en in 1537 erfde zij dit ook. Dat zorgde voor een enorme financiële impuls.

Gijzeling

Beetke stond bekend om haar hebzucht, maar dat leverde ook wel eens problemen op. Er lag namelijk rond 1537 een neefje van haar, Onno van Ewsum, op sterven. Zodra ze dat hoorde reisde ze met zoon Hidde af naar Mensinge, waar Onno lag. Ze had gehoord dat er een geheim testament zou zijn opgemaakt terwijl Onno niet meer bij bewustzijn was. In dat testament zou hebben gestaan dat Onno’s vrouw, Magdalena, al zijn goud- en zilverwerk en het levenslange gebruik van alle rechten en goederen toebedeeld zou krijgen. Beetke was het hier uiteraard niet mee eens en liet Onno’s lichaam uit de kerk van Roden halen. Vervolgens liet ze het testament ongeldig verklaren. Magdalena liet het er niet bij zitten en ging klagen bij de hoofdmannen. Haar vader was stadhouder van Groningen en met diens invloed werd ze in het gelijk gesteld. Beetke moest Magdalena direct compenseren. Uiteraard hield Beetke haar poot stijf, maar toen wachters van het stadsbestuur Beetke en haar familie gijzelden, ging ze overstag. Dit gebeurde op 18 maart 1538. Ze deed Magdalena een aanbetaling en werd vrijgelaten.

Erfgoed

Haar leven lang had ze het erfgoed van haar man bijeengehouden en uitgebreid. Haar bruidsschat stelde vrij maar weinig meer voor tegenover alle bezittingen die ze zich inmiddels verworven had. Twee jaar na haar dood werden al deze bezittingen verdeeld onder haar kinderen. De intimiderende en inhalige Beetke overleed in 1554 en werd begraven in Midwolde.

https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/beetke-van-rasquert-een-intimiderende-machthebber