Ik zie Donald Trump omhelst worden door een bierdrinkende Kim Jong-un, een baby met een lange baard en ook Super Mario en Luigi zijn weer aanwezig. Ik doe de stekker van de kerstverlichting in de woonkamer in het stopcontact en ondertussen hoor ik Russ Bray ‘one hundred and eightyyy’ schreeuwen. Dat kan maar één ding betekenen. Het WK Darts is weer begonnen en wat ben ik blij dat het weer ‘that time of the year’ is.

Het wereldkampioenschap van de Professional Darts Corporation wordt altijd in de laatste weken van het jaar afgewerkt en is inmiddels uitgegroeid tot een kleurrijke melting pot van allerlei opvallende personages. Het toernooi in combinatie met het eclatante deelnemersveld en het uitzinnige publiek brengt een hoge vermakingsfactor met zich mee. Het is carnaval in het kwadraat in het Alexandra Palace in Londen. Het mythische ‘Ally Pally’ zit steevast bomvol met publiek die een spannend potje darts met veel gezang en een schitterende sfeer kunnen omlijsten.

Zo heb ik dit jaar alweer een hyperactieve Filipijn van anderhalf turf hoog bijna zien stunten tegen een Nederlander van twee meter, een Russische dame het vuur aan de forse schenen zien leggen van een iets te zware Engelsman en een Spaanse automonteur een Schotse ‘Santa’ naar huis zien gooien. Onder andere de Schotse kerstman, Peter Wright in het dagelijks leven, is een speler die af en toe met zijn outfits mijn plaatsvervangende schaamte kietelt, maar dat is ook de charme van de sport. Het is heerlijk om een man van middelbare leeftijd op een podium te zien strijden tegen zijn eigen ongemakkelijkheid.

Op nieuwjaarsdag wordt het duidelijk wie zich in 2019 wereldkampioen darts mag noemen totdat over ongeveer tweemaal ‘one hundred and eighty’ dagen het hele spektakel opnieuw begint. Dat duurt nog even, maar gelukkig heb ik nog twee volle weken darts voor de boeg. Mariopakje aan, het bier koud en de komende dagen lekker ‘one hundred and eighty’ schreeuwen. ’t Kan minder.